Skip to main content

Louis-Ferdinand Céline en de pamfletten

In onze moderne tijd zijn er nogal wat schrijvers die tot de categorie ‘verdoemd’ (1) worden gerekend, om talloze redenen die vooral van doen hebben dat ze buiten het denkkader van de links-liberale burgermoraal vallen. Neem mee de opkomst van de postmoderne cultfiguren en dit aantal zal wellicht in de nabije toekomst nog verder gaan groeien. Het publiek ving hiervan in Nederland recent nog een glimp op met de vertaling van Spenglers Der Untergang des Abendlandes, waarbij de uitgeverij aan de nodige druk onderhevig kwam om de vertaling te staken. Er is dan ook moed voor nodig om zulke schrijvers, in welke genre – zei het historische werken, de roman, politieke essays – naar voren te halen en dergelijke werken aan het publiek voor te stellen.

Botsingen tussen de voorstanders van censuur en uitgevers zijn een regelmatige gebeurtenis bij onze Franse broeders. Dit was ook het geval toen einde december van het vorige jaar uitgeverij Galimard besloot om 4 pamfletten van Dr. Louis Ferdinand Auguste Destouches (1894-1961), bekend onder de schrijversnaam Louis-Ferdinand Céline, met bijgevoegde kritieken te gaan heruitgeven. (2) De mogelijkheid hiertoe werd geboden door zijn nog altijd levende weduwe Lucie Almansor (1912), die in het bezit is van de rechten. Die keuze leidde tot een storm van kritiek en druk op de uitgeverij om hiervan af te zien. Dit had een behoorlijke vertraging tot gevolg, maar zoals het er nu voorstaat komen deze toch uit in mei 2018. Echter… de pamfletten zijn gewoon al integraal op het internet te vinden.

Céline is niet zomaar een Frans schrijver uit de 20ste eeuw, maar wordt door velen gezien als een van de beste schrijvers uit die bewuste periode. Met regelmaat verschijnt er iemand op de Franse televisie, in de theaters of in het lezingencircuit, die met hartstocht zijn werken aan het publiek presenteert. (3) Céline is na Marcel Proust de meeste vertaalde Franse schrijver en kent dan ook een behoorlijke bekendheid buiten de Franstalige wereld. Hoewel dit aanlokkend kan klinken voor een lezer, werd in veel Europese landen nogal negatief over de persoon en zijn werk gedaan, vanwege deze pamfletten, die duidelijk niet worden gesmaakt. Vandaar een artikel om iets van licht te laten schijnen op deze Franse schrijver, zijn politieke keuzes, populariteit en oeuvre.

 

                                                                             *

 

Op videobeelden met Céline zien we hem opveren als het over de stijl van het schrijven wordt gesproken. “Ah….. meneer. Een stijl, een stijl, meneer.”. De stijl die schrijvers hanteren is volgens Céline van groot belang en iets waar hijzelf grote waarde aan hecht; “Er zijn maar een, twee, drie mensen per generatie…” Hiermee doelt hij niet op de stijl van een bepaalde periode of een specifieke schrijver, of een houding van iemand, maar op de manier van schrijven. Men zegt ook wel dat de stijl de mens zelf is en dus meer dan alleen het geschreven woord, een uitdrukking van het zijn.

 

 

Zonder uitvoerig de stilistiek in te duiken, de bestudering van stijl, kan men als lezer vaak wel een goed idee krijgen van de stijl van een schrijver. Dit is zeker van belang wanneer het gaat over de literatuur, daar waar naast losse teksten, essays en een toneelstuk, de grote bekendheid van Céline ligt. Denk aan stijlen als de herhaling, banale en verheven terminologie of van de ironie. Per regel kan dit nog verder doorwerken middels de zinsconstructies adjectieven, passiefconstructies en het gebruik van allerhande stijlfiguren.

Het is vermoedelijk voor velen een unieke stijl om te lezen. De teksten van Céline zijn sprekend geschreven, vol met scherpe duidingen en veel verhalen over het leven van de gewone man en vrouw. Dat maakt de verhalen hard, een beetje vulgair (voor die tijd althans) en doorwrocht met cynisme. De verhaallijnen zijn duidelijk, maar Céline gebruikt straattaal, afgeleide woorden en samenstellingen die het lastig maken alles goed te plaatsen. Hij staat er onder de ingewijden om bekend zeer zorgvuldig zijn teksten en het gebruik van woorden af te wegen. Het was een harde werker, die zijn teksten veelvuldig herschreef om tot de ideale tekst te geraken.

De Zwitserse acteur Jean-François Balmer ziet de kracht van de zinnen van Céline; (4)

Er is muziek. Een muziekje van Céline… Een regime van de zin, een omvang, een zuchtje wind. Maar er is, wat raakt, dat wat hij zegt over de taal: hij probeert de gesproken taal in te brengen in een taal die hij dood noemt. Maar, dat gezegd, hij schrijft. Er is niets beters geschreven dan Céline. Het betreft goed en wel een «symfonie van emotionele literatuur » zelfs wanneer hij tegelijkertijd zegt: «Men heeft niet genoeg muziek van zichzelf om het leven dansend door te komen ». Deze tekst opzeggen, de tekst opzeggen van die roman (Reis naar het eind van de nacht /SR), doet het geen geweld aan. Het vergroot zijn episch kracht.

Van de bekendste romans van Céline Reis naar eind van de nacht (1932) en Dood op krediet (1936) zijn uitstekende Nederlandse vertalingen beschikbaar. ‘De Reis’ is op het eigen leven gebaseerd. Over zijn dienst in het leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, met verwondingen naar het ziekenhuis om daarna een onderscheiding van de staat te ontvangen. In de Franse koloniën tussen de rotzooi en de negers. Als dokter aan de slag, ergens begonnen in een buitenwijk van Parijs met veel armoede en bijhorende misère. Er komen in het boek kritieken naar voren op de rijken en hun gedrag en de nutteloosheid van de oorlog, met vragen over het Franse koloniale systeem. ‘De Reis’ heeft een unieke stijl, sprekend geschreven, vol met scherpe duidingen, waarnemingen over Frankrijk in het interbellum en met cynische ondertoon.

Uit ‘de Reis’; (5)

Ik had me voor mijn praktijk een klein appartement
uitgezocht op de zonegrens, vanwaar ik de
glooiingen goed zag en den arbeider die er altijd bij
staat te kijken, naar niets, met zijn arm in een groote
witte doek, arbeidsinvalide, die niet meer weet wat te
doen en te denken en die niet genoeg heeft om zich een
bewustzijn vol te drinken.

De ander roman met grote bekendheid is Dood op krediet (1936) en heeft ook in grote lijnen een autobiografische invulling. Het gaat over zijn jeugd in Parijs rond de 20ste eeuwwisseling, le passage Choiseul in het centrum van de stad. In het verhaal laat Céline gang van zaken in een rauwe buurt zien en hoe men hier elke dag vecht om te overleven. Hij is er de hulp van een uitgever en zwendelaar die later zelfmoord pleegt. Céline besluit zich daarop – nog zeer jong – aan te melden voor het Franse leger en te dienen in de Eerste Wereldoorlog.

 

                                                                           *

 

Maar hoe zit dan precies met de politieke voorkeur van Céline? Hoe belangrijk was zijn activisme? In werkelijkheid is zijn rol niet van groot belang geweest. Daarbij komt dat gedurende en na zijn leven dit in de ogen van de publieke opinie constant veranderde. (6) Boosheid vlak na de oorlog, direct na zijn dood positief, tot aan een behoorlijke negatief oordeel vandaag. Zelf laat hij na de oorlog weten altijd pacifist te zijn geweest. Maar er is zeker ook getracht hem – tot en met de dag van vandaag –te plaatsen in een verdomhoek, of juist te recupereren voor een (politieke) zaak.

Zijn eerste romans brachten hem loftuitingen ter linkerzijde van het politiek spectrum, vanwege de kritiek op de oorlog, de duiding van de rol van de rijken in de maatschappij en het aankaarten van de situatie van de sociaal zwakkeren. Maar zowel de rol in de collaboratie en met name de vier pamfletten hebben Céline voor het publiek in de zeer rechtse hoek geplaatst. Tijdens de bezetting van Frankrijk door Nazi-Duitsland kreeg hij brieven geplaatst in Nazi-kranten en heeft steun verklaard aan dit regime en de Franse collaborateurs.

Céline beriep zich aldus later op zijn pacifisme, Nazi-Duitsland was de sterkste macht en de dominante kracht in Europa. Een houding die wij in Nederland goed kennen, vanwege de prominente rol van minister-president (’39 -’40) Dirk Jan de Geer, die in het hetzelfde tijdbestek pleitte voor een Europa waarin Duitsland en England in vrede zouden samenleven. Naast deze concrete acties van Céline gedurende de oorlog, liet hij zich voor en tijdens de oorlog in de pamfletten met zware bewoordingen uit over de rol van Joden in Frankrijk en elders.

Het eerste pamflet Mijn Schuld (1936) is sterk anti-communistisch, klaagt de grote aannames van het communisme aan en wijst op de bureaucratie en de barbaarsheid van het systeem. Nietigheden voor een bloedbad (1937) is wederom vanuit het ik vertelperspectief geschreven en ziet een bepaalde rol van Joden en vrijmetselaars die zich tegen hem keren en een kwaadaardige  houding tegenover zijn werk en leven. Joden zouden achter het internationale kapitaal en de bolsjewistische revolutie schuilgaan en ook in Frankrijk onevenredig veel negatieve invloed hebben.

U begrijpt hier op de grote lijnen de opvattingen die worden uiteengezet in de pamfletten, die overigens ook in de typische Céline stijl zijn geschreven, maar zoals het genre pamflet al aangeeft, een zeer polemiserende en ook politieke inhoud hebben. Zijn andere twee pamfletten School voor kadavers (1938) en Een gecompliceerde situatie (1941) zouden in een soortgelijke strekking hebben, echter dezen heb ik nooit gelezen. Alle vier de pamfletten zijn nooit in het in Nederlands vertaald.

Er is in Frankrijk een behoorlijke oppositie tegen de uitgifte hiervan, niet enkel vanuit lobbygroepen met een kundig verleden in het bedrijven van censuur, maar ook van politici en andere schrijvers. De drie pamfletten (uitgezonderd mijn schuld) worden consequent aangeduid als ‘antisemitische geschriften’. Men zou daarbij kunnen opmerken dat uitgevers en schrijvers (of nazaten) altijd ruziën en rommelen over het wel of niet uitgeven van boeken en dat dit een botsing van alle tijden is. Denk aan discussie over de keuze van opmaak, samenstelling en het geld waar de schrijver recht op denkt te hebben.

Dit speelde overigens al tijdens het leven van Céline en zijn uitgever Gaston Gallimard (zijn kleinzoon Antoine Gallimard leidt vandaag de tent), beiden bakkeleien met elkaar over het wel of niet uitgeven van boeken en in welk formaat en of Céline wel of niet een voorschot kon krijgen. Céline zelf wilde overigens na de oorlog niet meer dat deze pamfletten zouden worden uitgegeven.

 

                                                                    *

 

Men zou wellicht met in de hand de sociologische studie van de Zwitserse filosoof Armin Mohler Die konservative Revolution in Deutschland von 1918-1932 (7) iemand als Céline wel kunnen plaatsen. Een schrijver met dergelijke opvattingen zou dan behoren tot de nationaal-revolutionairen; vaderlandslievend door zich uit te spreken voor de Franse natie en literatuur en sociaal bewogen door te leven en werken naast de gewone man en vrouw, beide twee kenmerken van deze stroming binnen de conservatieve revolutie in het interbellum.

Los van enige politieke duiding blijft het natuurlijk een schrijver met groot aanzien. Het is niet zonder reden dat zijn werk toch nog door zovelen in Frankrijk wordt gewaardeerd en uitgedragen. Wie nu de persartikels volgt in reactie op de heruitgave van de pamfletten struikelt over woorden als; fout, antisemitisch, nazi, enzovoorts, die zal dit wellicht niet verwachten. Het zijn keiharde en natuurlijk gesimplificeerde oordelen, zovelen jaren na deze moeilijke en chaotische periode van de twee grote oorlogen.

Moet u nu de romans of zelfs het volledige oeuvre van Céline aanschaffen? Een waarschuwing dient te worden afgegeven, wat zijn Franstalige werken zijn niet gemakkelijk door te komen. In de Nederlandse vertalingen wordt gelukkig veel meegenomen van de stijl van zijn schrijven en dat maakt het zeker geen straf om over te schakelen naar het Nederlands. Er is geen reden om al te veel waarde toe te kunnen aan de modetaal in de blaadjes, die allerlei negatieve duidingen en samenzweringstheorieën rondstrooien over de schrijver. (8) Louis-Ferdinand Céline mag gewoonweg niet ontbreken op uw Europese literatuurlijst.

 

Bronnen:
• 1) Krant / Galic, C. 2018-01-18 Céline, Brasillach, Cousteau, Rebatet, Drieu : toujours maudits, mais toujours lus https://present.fr/2018/01/18/celine-brasillach-cousteau-rebatet-drieu-toujours-maudits-toujours-lus/
• 2) Webstek / LE PETIT CÉLINIEN Louis-Ferdinand CÉLINE : Parutions 2018
http://www.lepetitcelinien.com/2017/12/louis-ferdinand-celine-parutions-2018.html
• 3) Youtube / Le Petit Célinien 2013-03-28 Louis-Ferdinand CÉLINE lu par…  https://www.youtube.com/watch?v=dl6vede9Tws
• 4) Krant / Simon, N. en Héliot, A. 2012-12-07 Jean-François Balmer : «Céline, un homme de style » http://www.lefigaro.fr/theatre/2012/12/07/03003-20121207ARTFIG00290-jean-francois-balmer-celine-un-homme-de-style.php
• 5) Boek / Céline, L.F. 1932 Reis naar eind van de nacht Amsterdam Mulder & Co
• 6) Vimeo / LA GRANDE LIBRAIRIE 2011-03-03 spéciale Louis-Ferdinand CELINE (2011) https://vimeo.com/172107379
• 7) Blog / Bengtsson, J.O. 2016-05-01 Armin Mohler & Karlheinz Weissmann: Die konservative Revolution in Deutschland, 1918-1932 https://janolofbengtsson.com/2016/05/01/armin-mohler-karlheinz-weissmann-die-konservative-revolution-in-deutschland-1918-1932/
• 8) Krant/ Keuning, N. 2018-02-02 Een schrijver en man van zijn tijd: waarom het beeld van de ‘foute Céline’ wat nuance verdient
https://www.volkskrant.nl/opinie/een-schrijver-en-man-van-zijn-tijd-waarom-het-beeld-van-de-foute-celine-wat-nuance-verdient~a4564946/

Leave a Reply

Your email address will not be published.