Skip to main content

Höllensturmweek op Erkenbrand (1)

De Höllensturm was de ondergang van nationaal-socialistisch Duitsland en de beschrijving hiervan door Thomas Goodrich. De horreur van het Oostfront, de bombardementen op Duitse steden, de vrees van Duitse vrouwen voor plunderende en verkrachtende Rode Leger-soldaten, de internering van Duitsers in vernietigingskampen ná afloop van WOII en de marteling van Duitsers om bekentenissen af te dwingen worden allen zeer gedetailleerd omschreven. Deze serie duidt de Höllensturm.

PDF van het boek: https://ia800400.us.archive.org/20/items/Hellstorm_50/GoodrichThomas-HellstormTheDeathOfNaziGermany.pdf

Documentaire: https://www.youtube.com/watch?v=FUt-yxJODxI

Tien westerse perspectieven op een Euraziatisch project

Voorwoord: het Verraad van het Avondland

Een volk kan zijn dwazen overleven, zelfs zijn ambitieuze dwazen, maar het kan geen verraad van binnen verdragen. Een vijand buiten de poorten is minder gevaarlijk, want men kent hem en hij draagt zijn vlag openlijk tegen de stad. Maar de verrader binnen beweegt zich vrij binnen de muren, zijn gladde praat gaat vrij over straat en reikt tot in de volksvergadering. Men herkent hem niet: hij spreekt zoals wij, gedraagt zich zoals wij, kleedt zich zoals wij. Hij doet een beroep op de laaghartigheid die in de harten van alle mensen verborgen ligt: hij bederft de ziel van het volk, ondergraaft de fundamenten van de staat, tast het publieke leven aan. – Marcus Tullius Cicero

Tijdens de Erkenbrand-conferentie van oktober 2017 in Rotterdam noemde Jared Taylor, oudgediende voorman van de American Renaissance Foundation, de Duitse Bondskanselier Merkel de ‘grootste verrader van het Westen sinds Ephialtes’. Voordat we deze kwalificatie inhoudelijk overdenken is het goed stil te staan bij het formele aspect. De gekozen woorden breken namelijk met twee elementaire noties van het Westers politiek debat: de notie van diplomatieke etiquette en de notie van democratische legitimiteit. De spreker impliceert dat diplomatieke etiquette niet langer van toepassing is op een legitiem democratisch gekozen leider wanneer het democratisch proces uitmondt in de verkiezing van een verrader. Men kan zich afvragen waarom een voorzichtig spreker als Jared Taylor de politieke leider van Europa’s machtigste land status en legitimiteit ontzegt. Dat de tijden waarin brave burgers netjes op het trottoir staan en met vlaggetjes zwaaien naar hoog buitenlands bezoek voorbij zijn, is duidelijk.

Maar het mag niet verbazen dat veel toehoorders toch nog even – al was het maar fatsoenshalve – tijd nodig hebben om definitief afscheid te nemen van noties als ‘bevriend staatshoofd’ en ‘democratisch leiderschap’. Hen kan een wijs aforisme uitkomst bieden: Het is beschamend wanneer een dwaze jongeling zijn tong niet beheerst, maar het is verheffend wanneer een wijze grijsaard na vele jaren zijn hart lucht (Nikolás Gómez Dávila). De uitspraak van Taylor geeft lucht aan een veel te lang door veel te velen onderdrukte vertwijfeling over de fatale koers die de Westerse leiders hebben uitgezet voor hun volkeren.

Het uitgedrukte sentiment herinnert onwillekeurig aan de wanhoop van de passagiers van vlucht United 93 die op ‘9/11’ ten slotte besloten de cockpit te bestormen. Nu de regeringen van het Westen zich hebben ontpopt tot een hostile elite, mag het niet verbazen dat de volkeren van het Westen zich beraden op noodmaatregelen. Voor de jonge mensen van het Westen is het echter niet genoeg dat ze zich begrepen weten wanneer een leidersfiguur in de oudere generatie het woord ‘verrader’ in de mond neemt: ze moeten ook heel precies begrijpen om welk soort verraad het eigenlijk gaat. Zulk begrip vergt inzicht in het wereldbeeld van de Westerse hostile elite en in de historische oorsprong van dat wereldbeeld – dit is de sleutel tot het Verraad van het Avondland.

Jonge Westerse mensen kennen authentiek Traditionele identiteiten (etniciteit, stand, gemeenschap, familie, gezin, roeping) en authentieke Traditionele waarden (godsdienstige plicht, nationale eer, bestuurlijke verantwoordelijkheid, standsmatig gedrag, publieke omgangsvorm) nu alleen nog uit negatieve ervaring: ze kunnen die identiteiten en waarden nu alleen nog omgekeerd evenredig herleiden uit wat hun ‘rolmodellen’ (politici, onderwijzers, idolen, vaders) hen laten zien. Instinctief weten alle jonge Westerse mensen dat ze verraden zijn. Hun identiteit – etniciteit, stand, afstammingslijn, geslacht, roeping – is ‘gedeconstrueerd’ omwille van de Cultureel Nihilistische programma’s van globalisering, massa-immigratie en feminisatie. Hun erfgoed – vermogensaandeel, werknemersrecht, huisvestingsrecht, verzorgingsstaat, onderwijs, cultuur – is opgeofferd aan baby boomer privileges, neoliberale ‘marktwerking’ en ‘antidiscriminatoir’ voorkeursbeleid.

Hun toekomst is hopeloos gecompromitteerd doordat de baby boomer hostile elite alle effectieve macht heeft gedelegeerd aan instanties die veilig buiten democratisch bereik liggen: economisch aan een kartel van internationale banken en multinationale corporaties (een machtscomplex dat wordt geabstraheerd als ‘marktwerking’) en politiek aan een kartel van transnationale instituties (een machtscomplex dat wordt geabstraheerd als ‘Europese wetgeving’ en ‘internationale verdragen’). Binnen deze parameters is het voor jonge Westerse mensen onmogelijk effectief grip te krijgen op de vraagstukken die hun toekomst zullen bepalen, inclusief de grootste vraagstukken: globale klimaatsverandering, technologisch transhumanisme, etnische vervanging en sociale implosie. Binnen de huidige parameters van institutionele macht en publiek discours zijn ook de meest oprechte hervormingspogingen – ‘duurzaamheid’, ‘arbeidsmarkthervorming’, ‘migratiebeleid’, ‘gezinspolitiek’ – gedoemd te vervluchtigen tot cynische symboolpolitiek. Acceptatie van deze hopeloos onevenredige machtsverhouding staat voor jonge Westerse mensen gelijk aan het zuiver aanvaarden van een volstrekt vergiftige nalatenschap, gevolgd door levenslange schuldslavernij.

De enige uitweg uit deze impasse is een contra-deconstructie van het hele Cultureel Nihilistische discours. Het Traditionalistisch gedachtegoed biedt hierbij uitkomst: het trekt de historische stekker uit het ideologische stopcontact van het Cultureel Nihilisme en het ontbloot de mentale wortels van het Verraad van het Avondland. Alleen deze contra-deconstructie geeft uitzicht op het afwenden, bestrijden en omkeren van de Ondergang van het Avondland. De Ondergang van het Avondland, dramatisch vorm ingeleid door de grote revoluties, wereldoorlogen en burgeroorlogen van de 20e eeuw, is een functie van de op elkaar stotende krachten van Moderniteit en Traditie binnen en tussen de Europese volkeren, krachten die wisselend worden belichaamd door verschillende staten en imperia.

De Westerse geschiedenis heeft deze antithetische krachten nu grotendeels van hun energie beroofd – het postmoderne politiek-economische, sociaal-culturele en geopolitieke vacuüm getuigd van deze ‘wederzijdse opheffing’. Daarmee ontstaat nu, voor het eerst na een eeuw neerwaartse beweging, de mogelijkheid van een opwaartse compensatie – een doorbreken van de vicieuze cirkel van these en antithese. Er ontstaat ruimte voor een synthese – een synthese van Moderniteit en Traditie die in Traditionele symboliek als de ‘Gouden Dageraad’ wordt aangeduid. De Europese volkeren, geconfronteerd met het dieptepunt van Crisis van de Moderne Wereld, hebben daarmee – althans in theorie – de mogelijkheid zich her uit te vinden en een plaats te veroveren in de toekomst. Deze kans om het Verraad van het Avondland te boven te komen is historisch eenmalig – het is aan jonge Westerse mensen deze laatste gelegenheid op haar waarde te schatten.

1. Het Euraziatisch project

Ten slotte zou het kunnen gebeuren dat Rusland het laatste woord uitspreekt over de universele harmonie, over de uiteindelijke broederschap van de alle volkeren

– Fyodor Dostoyevsky

Het oudste en betrouwbaarste wapen dat jonge Westerse mensen ter beschikking staat bij de deconstructie van het Cultureel Nihilistisch discours – het fundament onder de dubbele realiteit van Ondergang en Verraad van het Avondland – is het Traditionalistisch discours, waarover zo dadelijk meer. Maar naast een theoretisch (intellectueel, ideologisch) alternatief voor het Cultureel Nihilisme is er ook een praktisch (geopolitiek, sociaaleconomisch) alternatief nodig. Het theoretische discours van het Cultureel Nihilisme wordt aangevuld door een praktisch uitvoeringsmodel: het op Amerikaanse supermacht gebaseerde thalassocratisch Atlantisme, sinds 1991 beter bekend als de ‘Nieuwe Wereld Orde’. De val van de Sovjet Unie resulteerde in een monopolaire geopolitieke realiteit waarin deze Nieuwe Wereld Orde haar Cultureel Nihilistische basisideologie tot globaal standaarddoctrine kon verheffen.

Historisch valt het nieuwe monopolie van het Cultureel Nihilisme samen met de intellectuele afsluiting van de Traditionele School (gevestigd door Guénon, Coomaraswamy en Schuon, eindigend met Hossein Nasr): het Traditionalistisch discours is daarmee verdreven naar de academische en esoterische marge. Toch heeft de institutionele marginalisering en publieke onzichtbaarheid van het Traditionalisme ook een positief effect gehad: het heeft het Traditionalistisch gedachtegoed gezuiverd van academische ‘politieke correctheid’ en tactische dialectische compromissen. Het Traditionalisme is daarmee teruggebracht tot zijn kernidentiteiten: metahistorisch wereldbeeld, metapolitiek discours en apolitieke hermeneutiek. Dit maakt het Traditionalisme tot een stabiel referentiepunt voor al diegenen die de Nieuwe Wereld Orde willen ontmantelen: het Traditionalisme kan dienen als ijkpunt en maatstaf – het kan praktische alternatieven theoretisch evalueren en valideren.

In recente jaren heeft de escalerende crisis van de Westerse Moderniteit een jonge generatie Westerse mensen definitief vervreemd van de Nieuwe Wereld Orde: het dominante discours van het Cultureel Nihilisme wordt in toenemende mate ervaren als een totalitair en anachronistisch. Dit heeft geresulteerd in de fenomenale groei van een ‘alternatieve’ en ‘identitaire’ beweging, nu nog ongedefinieerd en ongecoördineerd. De enige filosofisch coherente ideologie die tot nu toe binnen deze beweging is geformuleerd is het Archeofuturisme. Een levensvatbare geopolitieke strategie is binnen deze beweging nog niet geformuleerd. Het Archeofuturisme geeft echter een geopolitiek aanknopingspunt: het Eurazianisme. Zoals het Cultureel Nihilisme een praktisch uitvoeringsmodel heeft in het thalassocratisch Atlantisme, zo ziet het Archeofuturisme een alternatief voor de Nieuwe Wereld Orde in het Eurazianisme.

Het is daarom de moeite waard te onderzoeken in hoeverre het Eurazianisme een levensvatbare geopolitieke strategie kan zijn voor de ontluikende verzetsbewegingen van het Westen. Het Traditionalisme is daarbij een passend onderzoeksmodel omdat het Eurazianisme veel Traditionalistische ideeën heeft incorporeert. Een Traditionalistische evaluatie van het Eurazianisme kan bepalen in hoeverre het een remedie kan zijn voor de crisis van de Westerse Moderniteit – en een alternatief voor de Nieuwe Wereld Orde. Het gaat er daarbij om te bepalen in hoeverre het Russocentrisch Eurazianisme compatibel is met de Westerse realiteit – in hoeverre het een geopolitieke toepassing kan hebben in de Westerse context. Gemakshalve wordt het Westen hier gedefinieerd als dat deel van de Europese volkeren dat de hele 20e eeuw buiten de cultuurhistorische ‘koelkast’ van het Communisme doorbracht en dat daarmee voortdurend heeft blootgestaan aan de volle de Moderniteit. Dit ‘Westen’ omvat de volkeren van West Europa en de overzeese Anglosfeer: het zijn deze volkeren die nu het diepst getroffen zijn door het Cultureel Nihilisme.

De volgende Traditionalistische evaluatie van het Eurazianisme beoogt dus een cultuurhistorische ‘nulmeting’ met betrekking tot de Westerse volkeren. Uit deze ‘nulmeting’ moet blijken of de Westerse volkeren überhaupt in staat zijn de ‘therapie’ van het Eurazianisme te ondergaan.

Elke Traditionalistische cultuurhistorische analyse is per definitie holistisch – in dit geval vergt ze een multidisciplinaire benadering waarvoor het volledige instrumentarium nog ontbreekt. Een aantal basale contouren zijn echter al duidelijk. Religieus gesproken is het Cultureel Nihilistische discours van de naoorlogse baby boomer generatie, inmiddels tot in het absurde doorgetrokken door de hostile elite, een mensonwaardige dwaalleer van onder-menselijke (duivelse) oorsprong. Sociologisch gesproken is het een habitus modaliteit op subrationeel niveau. Psychologisch gesproken is het een egosyntoon syndroom dat objectieve zelfevaluatie uitsluit. Zelfs deze basale contouren maken al duidelijk dat alleen met terugwerkende kracht worden gesproken van een ‘verraad’: van een intentioneel georganiseerd verraad en een opzettelijk complot kan hooguit sprake zijn op het allerhoogste niveau van de globale hostile elite. Dit vermindert weliswaar in geen enkel opzicht de historische aansprakelijkheid van de hostile elite als geheel, maar het geeft wel een indicering voor een passende strafmaat.

De toekomstige toepassing van juridische principes als ‘verminderde toerekeningsvatbaar’ en ‘ontoerekeningsvatbaarheid’ zal afhangen van de historische eindbalans van het Cultureel Nihilisme, maar als er een minimum aan Westerse beschaving blijft bestaan dan ligt het in de lijn der verwachting dat het overgrote merendeel van de hostile elite eerder in een krankzinnigengesticht of strafkliniek zal eindigen dan in een gevangeniscel of voor een vuurpeloton. Maar ongeacht de manier waarop de hostile elite uiteindelijk op de schroothoop van de geschiedenis verdwijnt, blijft de vraag hoe diep het Cultureel Nihilistisch discours is ingezonken in de Europese volkeren zelf. Het vermogen van de Europese volkeren om een Euraziatische ‘therapie’ te ondergaan hangt af van de mate waarin het Cultureel Nihilisme door hen is geabsorbeerd en geïnternaliseerd – en van de mate waarin zij er in de loop van de jaren resistentie tegen hebben opgebouwd. De uitkomst van het Verraad van het Westen hangt af van het antwoord op deze vragen. Heel concreet: hoe diep gaat het Verraad van het Westen – en waarom?

Overleven van de escalerende Crisis van de Moderne Wereld, een crisis die het Westerse hart van de Moderniteit het eerst, het diepst en het hardst treft, vergt van de Westerse volkeren in de eerste plaats een radicaal ‘omdenken’. Het eerste radicale omdenken betreft een definitieve transitie van innerlijk hyperindividualisme en uiterlijk kosmopoliet universalisme naar innerlijke gemeenschapszin en uiterlijk corporatisme. Alleen op deze basis kunnen de Europese volkeren de collectieve wilskracht en de collectieve krachtsinspanning opbrengen om de aankomende crisis van de Europese geschiedenis te overleven. Het tweede radicale omdenken betreft een uitbannen van reactionair hypernationalisme. Een hypernationalistische Einzelgang,

zoals die van het Derde Rijk, mag resulteren in spectaculaire gestes, maar is gedoemd tot ondergang in confrontatie met de kwantitatieve overmacht van de Nieuwe Wereld Orde. Het Eurazianisme kan een geopolitiek raamwerk bieden voor deze collectieve krachtsinspanning: het is het logisch kernelement van een ‘boreale alliantie’ tussen alle Europese volkeren – hier semi-taalkundig gedefinieerd als alle volkeren van Indo-Europese, Baskische Fins-Oegrische en (Noord, Zuid en Oost) Kaukasische afstamming. Een dergelijke ‘boreale alliantie’ strekt zich per definitie uit tot de overzeese Anglosfeer en heeft natuurlijke bondgenoten in de Indo-Europese volkeren van West- en Zuid-Azië, maar zij staat en valt met haar geopolitieke kernelement: het Eurazianisme.

De realisatie van het Euraziatisch project hangt volledig af van de bereidheid en het vermogen van de Europese volkeren tot bovengenoemd omdenken. Het historische Verraad van het Westen is daarbij het kernprobleem: de Cultureel Nihilistisch verraad binnen opent de poort voor de vijand buiten. Het Cultureel Nihilistisch verraad wordt geëffectueerd door innerlijke verdeeldheid: de hostile elite’s strategie van divide et impera werkt zowel binnen en tussen de Europese volkeren. Binnen elk volk worden standen, klassen, generaties en man en vrouw tegen elkaar uitgespeeld door de ‘deconstructie’ van authentieke identiteit en door de ‘competitieve’ procedures van hyperkapitalisme en hyperdemocratie. De Europese volkeren onderling worden tegen elkaar uitgespeeld door de manipulatie van historische ‘rivaliteit’ en door spelletjes van kunstmatige diplomatiek ‘prestige’. Deze geraffineerde manipulatie haakt in op de vele psychohistorische trauma’s van de Europese volkeren. Het succesvol realiseren van het Euraziatisch project hangt af van het succesvol neutraliseren van deze trauma’s.

De eenheid die het Euraziatisch project van de Europese volkeren vergt is alleen mogelijk na een glasheldere historische analyse en een definitieve afrekening met de trauma’s van het verleden – met meest direct betreft dit de trauma’s van de Tweede Wereld Oorlog. Cultuurhistorische Vergangenheitsbewältigung en psychohistorische traumaverwerking zijn basisvoorwaarden voor een definitieve afrekening met het Verraad van het Westen. Een volwaardig Eurazianisme kan alleen gebaseerd zijn op een eerlijke analyse van de Hellstorm die de 20e eeuwse geschiedenis bracht over het Avondland.

Het onverwerkte verleden en het onerkende onrecht van deze Hellstorm maakt dat de oude verdeeldheid onder de Europese volkeren zich voort kan planten in de 21e eeuw. Deze fatale verdeeldheid wordt gretig uitgebuit door de grote vijand van alle Europese volkeren: de globale hostile elite van high finance, multinationale corporaties, Cultuur Nihilistische academia en Social Justice Warrior media. Deze globale hostile elite heeft de poorten van het Westen opengezet en hitst nu de niet-Europese volkeren op tot een laatste stormloop op het Avondland. Het onvermogen om van de Hellstorm van de 20e eeuw te leren veroordeelt de Europese volkeren tot een herhaling in de 21e eeuw: Hellstorm 2.0. Alleen het leren van de lessen van Hellstorm 1.0 biedt hen een overlevingskans voor Hellstorm 2.0. De geschiedenis zal de Europese volkeren geen tweede vergissing vergeven.

Alexander Wolfheze

(*) Ter aanvulling op de Erkenbrand lezing van 3 november 2017: de Nederlandse versie van het artikel Hellstorm: Ten Western Perspectives on the Eurasian Project geschreven voor het Journal of Eurasian Affairs.