Skip to main content

De Wereldvisie van Alt-Rechts, deel 4

De Ethiek van Alt-Rechts

Goed en kwaad worden door moderne filosofen aan de links liberale kant van het politieke spectrum ontdaan van absolute waarden, wat praktisch neerkomt op deconstructie van traditionele normen en waarden ten behoeve van anti-westers activisme. Binnen de Alt-Rechtse wereldvisie zetten we ons hiervan apart als we een ethiek oprichten met een absolute maatstaf voor goed en kwaad die minder afhankelijk is van persoonlijk ideologische voorkeur. Uitgaande van een Rijk Universum is dat prima te doen door gebruik te maken van het concept mens. We construeren zo met de middelen die voorhanden zijn, met dat wat praktisch bewezen als gereedschap en materiaal aanwezig is. Dat is de Germaanse manier van doen met haar Europese ingenieursmentaliteit van praktische maakbaarheid.

Het sleutelconcept om een absolute maatstaf voor goed en kwaad rechttoe en rechtaan op verrassend eenvoudige wijze te construeren, is de mens zoals begrepen binnen een Rijk Universum. Goed is dat wat de uitdrukking van het concept mens mogelijk maakt of versterkt. Terwijl slecht datgene is wat de uitdrukking van het concept mens tegenwerkt of vernietigd. Goed en slecht zijn daarmee dynamische eigenschappen. Een bepaald wezen kan eerst goed zijn en daarna tot een slechterik verworden en omgekeerd. Een belangrijk gevolg is dat aanhoudende chaos met overdreven veel geweld dat alleen maar vernietigd, niet bepaald bevorderlijk is om het concept mens tot uitdrukking te brengen. Dus een vreedzame samenleving met voldoende persoonlijke vrijheden en vrijheid van meningsuiting is in het algemeen beter dan een gewelddadige samenleving van onderdrukking. Sociale constructen met sterk Orwelliaanse trekken, zijn bijgevolg, per definitie slecht. Orwelliaanse samenlevingen zijn ten prooi aan van bovenaf opgelegde mierennest mentaliteit en dehumaniseerd zo zijn deelhebbers. Op zijn best is dan een geprogrammeerde “Brave New World”-achtige samenlevingsvorm het gevolg. Maar daar zijn ook geen onafhankelijk denkende wezens meer te vinden en daarmee is deze verzachting van een dystopische wereld eveneens pertinent kwaadaardig en ethisch gezien verwerpelijk.

Al deze dehumaniserende sociale constructen wortelen diep in de ideologie van materialisme en de idee dat de mens zelf en zijn eigenschappen maakbaar zijn, dus dat de mens slechts een sociale constructie is in een sociaal construct. Er is momenteel veel debat over de mechanisering van de mens in de zin van transhumanisme; de voor- en nadelen om een interface te hebben met digitale technologie met eventueel uiteindelijk de volledige transformatie van de biologische mens in een machine etc. Maar de mechanisering van de mens is feitelijk al het geval als gekozen wordt voor een ideologie waarin de mens voorgesteld wordt als een complexe maar eindige biologische machine binnen een Net & Beheersbaar universum, in plaats van een concept in een Rijk Universum met bezieling, als fundamenteel ingrediënt om betekenis te geven aan dit universum. Voor transhumanisme was de mechanisering van de mens dus al volop aan de gang door het domineren van de ideologie materialisme en daarmee samenhangend marxisme.

Over het concept mens is in de vorige artikelen al het een en ander vermeld, bijvoorbeeld het nut van de mens met betrekking tot geavanceerdheid, dat verder reikt dan het fysisch universum zelf waarin uitdrukking wordt gegeven aan de mens. Het mag verleidelijk zijn om een complete definitie van de mens te geven, maar een dergelijke onderneming is gedoemd te mislukken. We kunnen hoogstens noodzakelijke voorwaarden geven voor het uitdrukken van het concept mens, maar een voldoende volledige beschrijving is onmogelijk. Dit is overigens geen enkel probleem en is volledig in overeenstemming met de principes van een Rijk Universum, met daarin de mens als zich voortdurend ontwikkelend gegeven.

Redenerend vanuit een puur fysisch standpunt, waarmee redenerend op louter mechanistisch reductionistische wijze wordt bedoeld, dus redenerend vanuit het perspectief van een Net & Beheersbaar universum, levert iedere poging om de mens volledig te beschrijven grote problemen op. Op zijn best kan het mislukken van dergelijke pogingen met wat obscurisme worden verborgen. Een voorbeeld hiervan is het zelfbewustzijn, het besef van bestaan en bestaanservaring als zelfbewust individu. Dit centrale zelfbewustzijn van de mens wordt dan gelabeld als een illusie, als bijproduct van mechanistische hersenactiviteit dat geen werkelijke invloed heeft op het maken van keuzes van een mechanistisch te begrijpen organisme. In dit geval wordt geen “verklaring” gegeven voor zelfbewustzijn, maar wordt het bestaan ervan domweg ontkent, omdat er geen materialistisch reductionistische verklaring voor kan worden gegeven.

In een Rijk Universum is het geen enkel probleem om de mogelijkheid in overweging te nemen van een centraal bewustzijn dat net als bezieling deels buiten het fysisch universum wortelt en daarom niet volledig mechanistisch kan worden begrepen. In een volgend artikel over evolutie zal verder worden ingegaan op recentelijke wetenschappelijke ontdekkingen, die een zuiver mechanistische verklaring voor het bestaan van bewustzijn in twijfel trekken.

De uiteindelijke gewaarwording van tijd, ruimte en materie middels sensaties, zoals kleuren, geluiden en gevoel zijn mechanistisch gezien overigens ook volkomen onzinnig, want het bestaan van deze zaken zijn wetenschappelijk niet te verifiëren. Alleen dat iemand beweert een kleur te zien is te testen, niet wat door de persoon daadwerkelijk wordt waargenomen. Iemand kan de kleur van een groene stoel wel groen noemen, maar of hij daadwerkelijk dezelfde kleur ziet als een ander die dezelfde stoel ziet valt niet na te gaan. Een ander kan evengoed rood met groen verwisselen, maar heeft van kleins af aan geleerd wat hij als rood ziet groen te noemen. Het is eigenlijk onmogelijk een mechanistische verklaring te geven voor de meest primaire eigenschappen van het bewustzijn.

De beroemde filosoof Thomas Nagel kaartte dit probleem aan in zijn artikel “What is it like to be a bat”. Probeer maar eens een eindig mechanisme te bedenken van tandwieltjes, radertjes enz. dat iets vormloos als de kleur groen produceert. Zoiets zal naar alle waarschijnlijkheid niet lukken. Als een koppig persoon toch per se zo’n machine wil maken blijft hij onderdelen toevoegen en wordt de machine steeds complexer. Het ziet er naar uit dat er nooit een einde zal komen aan de constructie. Als de grens van het eindige door de echte doorzetter in het nimmer en nooit van het Vage Alles ten langen leste wordt doorbroken is er uiteindelijk een oneindig groot mechanisme geconstrueerd.

Wie weet kan een oneindig groot mechanisme het wel klaarspelen om sensaties te produceren, want zoals al eerder betoogd is een oneindig grote machine geen daadwerkelijke machine meer. Helaas heeft onze doorzetter ook in een dergelijk geval geen mechanistische verklaring kunnen geven voor bepaalde elementaire eigenschappen van het bewustzijn. Omdat de genoemde mechanisering van de mens het zelfbewustzijn van de mens alsmede de meest elementaire trekken van bewustzijn negeert, die in een Rijk Universum wel bestaansrecht kan worden gegeven, is de mechanisering van de mens het ontkennen van het concept mens, zoals in een Rijk Universum en daarom een vorm van dehumanisering en dus ethisch gezien eveneens verwerpelijk.

Nemen we de mens als concept, dan moet een persoon over een voldoende hoeveelheid IQ beschikken om hier uitdrukking aan te kunnen geven. Een samenleving moet weer zijn samengesteld uit personen met een voldoende gemiddeld IQ om in deze samenleving het tot uitdrukking brengen van het concept mens te bestendigen. Naast IQ is het typische Europese temperament van vooruitgang en Faustiaanse nieuwsgierigheid ook van doorslaggevend belang om de mens mogelijk te maken. Een samenleving van voornamelijk blanke mensen is bovendien over het algemeen een rustige veilige samenleving, wat eveneens de uitdrukking van het concept mens gemakkelijker maakt. Recente ontdekkingen op het gebied van genetica en hersenonderzoek hebben wel duidelijk gemaakt dat er biologisch niet te ontkennen verschillen zijn tussen personen met verschillende etnische achtergronden en ras meer een biologische realiteit is dan een sociaal construct.

Volgens de hiervoor beschreven ethiek, waarin naar humanisering moet worden gestreefd om goed te doen, is etno-nationalisme voor blanken ethisch gezien legitiem en wenselijk om redenen die boven de persoonlijke voorkeur en de Hollywood-achtige pocherige suprematie-waan karikatuur uitstijgen. Het concept mens is vrij abstract, maar de praktische situatie waarin wij momenteel verkeren is zodanig dat deze abstractie middels blanke mensen betekenis kan krijgen ten behoeve van iedereen in deze wereld. Ethisch zijn blanken daarmee verplicht te streven naar een eigen etno-staat.

Ethisch gezien zijn we, afgaande op de zojuist gegeven beschouwing, dus ten zeerste verplicht te streven naar en strijden voor een etno-staat voor blanken, vanwege ons temperament en gemiddeld IQ dat als groot potentieel aanwezig is in de door onze voorouders aan ons gegeven genenpoel. Deze genenpoel is ons kostbaarste bezit waarvoor tenslotte tienduizenden jaren lang door onze voorouders een bittere strijd is geleverd. Door actief te werken aan een etno-staat voor blanken gaan we de strijd aan met dehumanisering en strijden we voor humanisering, zo kunnen we goed zijn, het kwaad bestrijden en zo beantwoorden we aan een voor Europeanen zo belangrijk hoger doel. Immers er zijn velen die plaats willen nemen in onze rangen, vanwege de ontzaggelijke erfenis van onze voorouders en wat ze hebben bewerkstelligt, maar helaas is dat voor evenzovelen onvoldoende reden.

Voor de westerse mens van Europese afkomst, ook al is deze een diehard materialist of zelfs cultuur-marxist, moet er iets zijn dat uitstijgt boven een Las Vegas levensstijl hier in deze wereld of in een hiernamaals, om voor te vechten. Het dienen van een hoger doel is iets waar wij, de westerse mens van Europese afkomst, kennelijk niet zonder kunnen. De mens als concept in een Rijk Universum, waar hij een funderende functie heeft, gekoppeld aan recente biologische ontdekking op het gebied van ras, wat uit ethische overwegingen een etno-staat voor blanken impliceert, kan prima aan dit verlangen beantwoorden. De journalist Joost Niemöller heeft in een podcast van “Café Weltschmerz” eens opgemerkt dat hij het streven naar een etno-staat en daarmee Erkenbrand afwees. De reden hiervoor is dat hij denkt dat een blank hoog IQ Europa (Niemöller gaat ervan uit dat er verschillen in IQ zijn tussen rassen) altijd resulteert in het aantrekken van personen uit lage IQ landen met uiteindelijk een onoverkomelijk invasie van individuen uit deze landen.

Niet in de laatste plaats wordt deze situatie veroorzaakt door Europese bemoeienis zelf in de vorm van ontwikkelingshulp zoals aan bijvoorbeeld Afrika, wat resulteert in een explosieve bevolkingsgroei en overbevolking. Het concept van een blank Europa is volgens Niemöller daarmee iets wat zichzelf ten gronde richt en daarmee ongewenst is vanwege de onbestendigheid. Deze beste man is een schoolvoorbeeld van wat er mis is met de geestestoestand van de actuele westerse mens, namelijk de wereld niet willen zien voor wat het feitelijk is. De wereld en alles wat er in leeft en bestaat is niet perfect en zal ook nooit perfect zijn in absolute zin, omdat het een eindige constructie betreft. We zullen altijd lokaal strijd moeten voeren en we zullen nooit een eeuwig durend resultaat behalen waarin de mogelijkheid tot de uitdrukking van het concept mens volledig en voor altijd is veiliggesteld. In Midgard, onze wereld, is er een eeuwigdurende strijd om de mens te behouden. Er is geen andere optie dan volledig bewust alert en dapper te zijn, desnoods met de bereidheid om indien nodig als held te willen sterven in deze eeuwigdurende strijd. Jazeker, bij deze onoverkomelijke gang van zaken horen pieken en dalen.

Het probleem van degeneratie, met het gevaar de mens te verliezen, is zeer zeker gecompliceerd met tal van subtiliteiten. Het is uitstekend om na te denken over langere termijn oplossingen, zoals in het oude China met haar grote muur en met als resultaat een duizendjarig rijk, maar als die niet zo snel zijn te bedenken moeten we tevreden zijn met korte termijn oplossingen. Vecht ervoor en laat je niet ontmoedigen. De hier gepresenteerde ethiek is zo anders dan de nu dominante politiek correcte vorm van ethiek bedrijven op grond van abstracte idealen en het streven naar een zogenaamd paradijselijk multiculturele maatschappij, die welbeschouwd alleen maar appelleert aan de lagere materialistische instincten en gebaseerd is op abrahamitische principe deugdethiek, zonder ook maar enige aandacht voor gevolgenethiek. Deze ethiek van de gemakzucht resulteert in voor blanke mensen armzalige rituelen met hoogstens het etaleren van wat oppervlakkige emoties om aan te geven hoe erg blanke mannen anderen hebben onderdrukt.

De bijpassende holle, lege bevredigings- en onderwerpingsrituelen die voor blanken noodzakelijk zijn om als individu door het politiek correcte systeem te worden geaccepteerd leidt uiteindelijk tot nog lauwere blanke burgers. De lauwe blanke normie wil, zo lijkt het, zoveel mogelijk met rust worden gelaten om zijn lauwe bestaan zo mogelijk nog lauwer voort te kunnen zetten. De politiek correcte linkse ethiek helpt hem hierbij, want deze biedt de mogelijkheid om gemakkelijk te deugen en de controverse met eventueel voor hem persoonlijk nadelige economisch gevolgen te vermijden, mits hij zichzelf als minderwaardig beschouwt en zich verre houdt van het opkomen voor zijn (groeps)belangen als blanke. Het hoogst bereikbare volgens linkse normen en waarden is immers beschouwd te worden als het grootste slachtoffer, wat voor blanken niet is weggelegd, want zij staan per definitie onderaan de ladder van slachtofferschap. Dit werkt allemaal niet mee aan de instandhouding van blanke mensen, die de werkelijke motor achter economische welvaart zijn.

Met het verdwijnen van blanke mensen mag op termijn, mede door de economische malaise die hiervan een gevolg zal zijn, een degeneratieve gang van zaken worden verwacht met allerlei vormen van corrupt bureaucratisch parasitisme en nog vreselijkere vormen van bestuurlijke onderdrukking. Als we dit onheil willen voorkomen is het van het grootste belang een andere ethiek, dan die aan de hand van de op cultuur-marxistische leest geschoeid geïnstitutionaliseerd slachtofferschap op te richten. Het focussen op slachtofferschap en dit min of meer verheerlijken, alsmede het legitimeren van geweld en het veroorzaken van chaos om deze onderdrukten, die nogal eens aan zelfverminking doen, aan de macht te brengen is nogal strijdig met het tot uitdrukking brengen van het concept mens. Hiermee wordt nog een extra het grote belang van het vervangen van de liberaal linkse principe ethiek door een hier diametraal opstaande alt-rechtse ethiek voor het voetlicht gebracht.

 Jan Hollander