Skip to main content

De Archeo-Futuristische Revolutie (1)

De terugkeer van Nibiru

Nēberu nēberet shamê u ertseti lū tamehma

[Laat Nibiru de voorde tussen hemel en aarde bezetten]

– Enuma Elish

Voor oudere generaties die zijn geschoold in de intellectuele traditie van het Europese vasteland mag het onwaarschijnlijk lijken, maar de strekking van dit artikel is dat Amerika toch nog een echte filosoof heeft voortgebracht. Het moge duidelijk zijn dat het snobisme en de neerbuigendheid van oudere Europese intellectuelen ten opzichte van het jonge Amerika meer wordt ingegeven door Europa’s naoorlogs geopolitieke inferioriteitscomplexen dan door Europa’s feitelijke naoorlogse intellectuele wapenfeiten. Maar feit blijft dat de term ‘Amerikaanse filosoof’ nog steeds algemeen wordt gelezen als een contradictio in terminis. Het zou natuurlijk zomaar kunnen zijn dat veel Amerikanen deze kwalificatie door ‘Oud Europa’ per saldo als een compliment opvatten. Hoe dan ook is de opkomst van een échte filosoof in Amerika nieuws – of het goed of slecht nieuws is, zal afhangen van politieke kleur en intellectuele oriëntatie. Voor zijn ethno-nationalistische critici zal zijn ‘on-Amerikaanse’ naam – Jason Reza Jorjani – al bij voorbaat reden voor diskwalificatie zijn. Maar voor Traditionalistische denkers verklaart die naam direct het geheim: blijkbaar heeft het Oude Wereld genie van de formidabele Perzische filosofie op één of andere wijze de kop opgestoken in de Nieuwe Wereld.

Op mysterieuze wijze heeft een klein stekje van filosofisch leven zich genesteld in de dunne aarde van de anti-intellectuele Amerikaanse ‘smeltpot’ en heeft het de hedonistisch oververhitte ‘Amerikaanse droom’ overleeft. Op onverwachte wijze bewijst dit verschijnsel dat er waardevolle elementen kunnen zitten tussen de honderdduizenden Iranese immigranten die sinds de ‘Islamitische Revolutie’ naar het Westen zijn gestroomd: zij zijn dus niet allemaal asiel fraudeurs, criminele opportunisten en popcultuur klonen. Wellicht kan één Jorjani opwegen tegen de hele miljoenen sterke ‘Iraanse diaspora’ in het Westen (zo wie zo een verhoudingsgewijs lichte last – Iraniërs behoren tot de best assimileerbare immigranten), mits zijn rol als avant garde filosoof, identitair idealist en kritisch geopolitiek denker juist wordt begrepen. Het is goed mogelijk dat hij zijn echte meesterwerk nog moet schrijven en dat hij nog niet alles heeft gedaan wat hij kán doen (als zijn jaloerse vijanden hem tenminste de tijd en ruimte laten om zijn talent te ontwikkelen), maar zijn werk Prometheus and Atlas – uitgegeven door Arktos toen Jason Morgan daar nog hoofdredacteur was – heeft Jorjani’s reputatie als pionier-filosoof stevig neergezet. Jorjani’s oeuvre, dat nu ook World State of Emergency en Lovers of Sophia omvat, staan op het scherp van de snede van het hedendaagse Westers denken.

Jorjani’s verschijning op het Westers filosofisch toneel komt op een kritisch moment in de Westerse beschavingsgeschiedenis: de restvolkeren van het Westen, geconfronteerd met de viervoudige ‘uitdaging’ van klimaatramp, ‘omvolking’, sociale implosie en transhumanisme, naderen de waarnemingshorizon van de Westerse geschiedenis. Vanuit Traditionalistisch perspectief betekent deze naderende world state of emergency niet minder dan dat de Westerse volkeren aan de vooravond staan van de ultieme test van hun geschiedenis. In die ultieme crisis is het onvermijdelijk dat de archetypische oerkrachten die hen ooit in het verre, ongeschreven verleden hebben geschapen nog eenmaal zichtbaar zullen worden – al was het alleen maar op het moment suprême van hun mors triumphalis. Jorjani bestudeert deze krachten en archetypes niet alleen door het prisma van de oudste lagen van de Indo-Europese mythologie, maar wijst ook op hun epistemologische relevantie ten opzichte van transhumanistische en futuristische technologieën.

Jorjani’s unieke specialisatie in abstracte en toegepaste parapsychologie stelt hem in staat hybride technologieën als cybernetica, bioinformatica, kunstmatige intelligentie en psychotronica van een historisch kader te voorzien. Een groot deel van Jorjani’s Prometheus and Atlas is gewijd aan deze onderwerpen – en leest beter dan de meeste hedendaagse science fiction literatuur. Uiteindelijk zou het heel goed kunnen dat deze innovatieve benadering van transhumanistisch-futuristische technologie de belangrijkste filosofische prestatie is van Prometheus and Atlas. Een substantiële tweede prestatie is echter ook de wijze waarop het Westerse denkers dwingt tot herbezinning op de historische relevantie van de archaïsche Perzische Traditie voor de Westerse Traditie als geheel: Prometheus and Atlas eigent zich dit lang vergeten gedeelde erfgoed weer toe. Door het begrip ‘Arisch’ terug te brengen tot zijn etymologische grondbetekenis van ‘adellijk’ – en over zijn historische associatie met de gefaalde experimenten van de 20e eeuw heen te stappen – wordt een belangrijk archetypisch en ideaal element van dat erfgoed weer toegankelijk. Jorjani wijst terecht op het feit dat een herbronning van dit gedeelde Indo-Europese erfgoed een essentiële voorwaarde is om te komen tot een nieuw – en ‘duurzaam’ – metapolitiek en geopolitiek Westers wereldbeeld. Het is de stelling van dit artikel dat Prometheus and Atlas een belangrijke bijdrage levert aan de opbouw van dat nieuwe wereldbeeld – en daarmee potentieel aan het metapolitieke discours van de Westerse identitaire beweging.

Gezien Jorjani’s expliciete afwijzing van de beginselen van philosophia perennis, mag de Traditionalistische benadering van Prometheus and Atlas beoogt in dit artikel nogal vreemd aandoen. Maar het is belangrijk in herinnering te brengen dat Jorjani zelf de waarde van een dialectische benadering – in zijn ogen een essentieel element binnen de Westerse filosofische traditie – benadrukt. Ervan uitgaande dat de Westerse beschaving op de drempel van haar definiërende eindfase staat – vooropgesteld dat zij de ultieme test van de geschiedenis fysiek überhaupt overleeft – dan moet worden aangenomen dat een synthese van Traditie en Moderniteit aanstaande is. Het historisch va banque traject van de Westerse Moderniteit, nu openlijk geïmplementeerd door de Cultureel Nihilistische hostile elite in haar etnische vervanging van de inheemse volkeren van het Westen en in haar extreme neoliberale globalisme, wijst overduidelijk in de richting van een aanstaande crisis. In zijn boek The Sunset of Tradition heeft de schrijver van dit artikel de ontwikkeling van de Westerse Moderniteit eerder benaderd vanuit een Traditionalistisch perspectief – een perspectief dat Jorjani’s Archeo-Futurische perspectief op de aanstaande World State of Emergency feitelijk aanvult. Gecombineerd doen deze perspectieven vermoeden dat er een historische ruimte aan het ontstaan is voor een beschavingssynthese: theoretisch gesproken biedt die ruimte een eenmalige kans op een zelfovertreffende zelfvernieuwing van de Westerse beschaving – een onvermoede omslag in het historische degeneratie proces van de ‘Ondergang van het Avondland’. De weinige authentieke denkers die de oude muren van het Avondland nog bewaken in de huidige nacht van de Westerse beschaving moeten deze eenmalige kans nauwgezet bestuderen: het is aan hen om de eerste tekenen van een mogelijke ‘Gouden Dageraad’ correct te duiden. Vanuit Traditionalistisch perspectief kan Jorjani’s werk worden beschouwd als één van de eerste pogingen binnen de Westerse filosofie om heen ten stappen over de waarnemingshorizon van de Westerse geschiedenis. Eén van de uitdrukkingen van deze overgang in Traditionele symboliek is de terugkeer van de ‘tegen-planeet’ aan het einde van elke Traditionele tijdscyclus: deze terugkeer behelst een macrokosmische ‘wraakoefening’ die de menselijke microkosmos zuivert en herstelt. Dit is tevens de uiteindelijke grondbetekenis van het thema van de ‘terugkeer van Nibiru’, een thema dat de status van vermakelijke ‘complot theorie’ per saldo ver overstijgt.

De Post-moderne Prometheus

Zet zeil – zet koers naar het diepste water…

Want wij zijn voorbestemd daar te varen waar geen zeeman ooit is voorgegaan,

En wij wagen het schip, onszelf – alles.

– Walt Whitman

Het is belangrijk dat een bespreking van de metapolitieke relevantie van Prometheus and Atlas voor de identitaire beweging vooraf wordt gegaan door een korte filosofische achtergrondschets. Als de identitaire beweging meer wil zijn dan een politieke eendagsvlieg, dan is metapolitieke diepgang een levensvoorwaarde. Als de identitaire beweging kortzichtig politiek pragmatisme en oppervlakkige ethno-nationale retoriek niet kan ontgroeien, dan is zij gedoemd tot een vroegtijdige bijzetting in het rariteitenkabinet van de geschiedenis. Daarmee verliezen de Westerse volkeren dan tegelijk hun beste – en waarschijnlijk laatste – kans om de aankomende crisis van de Westerse Moderniteit in herkenbare vorm te overleven. Het is met deze realiteit in gedachte dat deze en de volgende paragraaf Jorjani’s werk kort in een filosofische context willen zetten. Deze paragraaf zal een Traditionalistische context geven – de volgende paragraaf een Archeo-Futuristische.

Vanuit Traditionalistisch oogpunt bevat Jorjani’s pionierswerk veel ‘riskante’ ideeën – sommige daarvan zijn direct relevant voor de grondbeginselen van het Traditionalistisch gedachtegoed. Nog afgezien van het feit dat onverschrokken experimenten volledig legitiem zijn in elk substantieel filosofisch début, moet echter begrepen worden dat Jorjani’s ideeën in de eerste plaats nuttig en nodig zijn. De Traditionele School, die aanvangt met Guénon en die haar zenit vindt in Evola, heeft haar einde bereikt in het werk van Seyyed Hussein Nasr – zij is nu geschiedenis. Buiten zijn hermeneutische functionaliteit is het Traditionalisme nu gereduceerd tot een esoterisch discours en een apolitiek wereldbeeld. Zijn ideeën en idealen zijn alleen nog relevant in zoverre ze bruikbaar en inpasbaar zijn in toekomstige vormen van filosofie en historiografie. Ze kunnen alleen worden opgenomen in nieuwe gedachten architecturen, zoals het Archeo-Futurisme en in de grotere filosofieën en kunsten die het Archeo-Futurisme zullen opvolgen, voor zover ze hun beproeving door de tand des tijds kunnen doorstaan. Maar totdat deze grotere filosofieën en kunsten zich hebben aangediend, zal het Traditionalistisch gedachtegoed de hoogste standaard blijven waartegen nieuwe ideeën en idealen kunnen worden afgemeten. Vanuit die optiek is het belangrijk dat Jorjani’s kernideeën worden afgemeten tegen een Traditionalistische standaard. Twee van zijn ideeën zijn daartoe speciaal geëigend, namelijk zijn analyses van (1) de opdoemende beschaving van een ‘Nieuw Atlantis’ en (2) de metahistorische positie van de overblijfselen van de Abrahamitische godsdiensten.

(1) Jorjani’s schets van een toekomstige Atlantische wereld orde – een wereldorde die de titanische natuur, het kosmopoliete traject en de demonische krachten van het klassieke Atlantis spiegelt – wijst op de gevaren van hemelstormend cultureel universalisme en technologische ecocide. Het zijn inderdaad precies de vormen van anti-culturele en ecocidale kaalslag die kenmerkend zijn voor de ‘Nieuwe Wereld Orde’ die zich sinds de val van de Sovjet Unie vanuit de Atlantische Anglosfeer over de wereld verspreidt. De transformatie van deze proto-Atlantische Nieuwe Wereld Orde in een positieve kracht is ongetwijfeld de grootste geopolitieke uitdaging waarmee het hedendaagse Westen geconfronteerd wordt. Jorjani’s subtiele houding ten opzichte van een alternatief ‘Nieuw Atlantis’ project herinnert alle critici van de Nieuwe Wereld Orde en haar Cultureel Nihilistische hostile elite eraan dat een terugkeer tot pre-Modern primitivisme geen optie is. Als de Westerse beschaving wil overleven in een cultuurhistorisch herkenbare vorm, dan zal zij de techno-wetenschap van de Moderniteit moeten absorberen, incorporeren en overmeesteren: deze wetenschap zal getemd, onderworpen en overleefd moeten worden. Russische Eurasianisten en Westerse identitairen dienen zich rekenschap af te leggen van de archetypische dynamiek van de ‘Atlantische Moderniteit’ die wordt blootgelegd door Jorjani. Het is voor hen van essentieel belang om kennis te nemen van Jorjani’s analyse van de ‘Atlantiserende’ metamorfose van Japan na het nucleair bombardement van 1945. Deze apocalyptische mokerslag resulteerde in de materiaal gehybridiseerde en psychologisch ontwortelde cultuur van het hedendaagse Japan – en zette een historisch precedent dat een belangrijke waarschuwing in zich draagt. Jorjani’s analyse herinnert de identitaire critici van de globale Nieuwe Wereld Orde – nu wankelend onder aanwakkerend inheems verzet in haar Westerse hartland – aan de immense fysieke kracht van hun vijand.

De Cultuur Nihilistische hostile elite kan altijd terugvallen op de pure brute kracht van haar geweldsmachinerie: dat zij dat uiteindelijk zal doen moet als vanzelfsprekend worden aangenomen – en de gewonde slang bijt het diepst. De Westerse hostile elite bewoont een mentale cocon – zij is ethisch en cognitief afgesneden van de realiteit. Dat betekent dat ze zich in toenemende mate irrationeel zal gaan gedragen in steeds wanhopiger pogingen om zich vast te klampen aan haar afbrokkelende macht. Geconfronteerd met het uitblijven van haar wensdroom van het ‘einde van de geschiedenis’ en met groeiende geopolitieke tegenstand is het zeer wel mogelijk dat de hostile elite haar toevlucht zal nemen tot va banque strategieën zoals decapitation strike en shock and awe. Wanneer haar Umvolkung strategie binnen het Westerse thuisland krachtiger weerstand ontmoet bij de inheemse Westerse volkeren, kan zij haar toevlucht nemen tot gewelddadig totalitaire overlevingsstrategieën tegenover het binnenlands verzet – misschien zelfs tot een uitgelokte ‘burgeroorlog’ ter uitroeiing van de inheemse bevolking als geheel. Een koele lezing van de Moderne geschiedenis leert dat de Moderniteit de Traditie niet versloeg met haar superieure filosofie, met haar soft power manipulatie of met haar materialistisch-hedonistische verdovingsmiddelen. Uiteindelijk won de Moderniteit alleen door de volstrekt koudbloedige – en geraffineerd sadistische – toepassing van militaire kracht, ondersteund met technologische ‘zwarte magie’: dit is de essentie van Jorjani’s promethium sky over Hiroshima. Hier is een Jorjaniaanse – diep archeologische en mythologische – lezing van de Moderne geschiedenis uitermate relevant voor het opkomende buitenlandse en binnenlandse verzet tegen de Nieuwe Wereld Orde. De opkomende ‘anti-thalassocratische’ Eurasiatische beweging in Rusland en Oost-Europa begint al tekenen te vertonen van zulk realisme, zoals zichtbaar in Dugin’s concept van de ‘Laatste Oorlog van het Wereldeiland’. De opkomende identitaire beweging in het Westen zou er goed aan doen zich rekenschap te geven van de implicaties van Jorjani’s analyse: zij dient na te denken over het ultieme vooruitzicht van totalitaire onderdrukking, geforceerde kolonisatie, inheemse sociale implosie en geprovoceerde burgeroorlog. Dit vooruitzicht vergt niet alleen sterke zenuwen en stalen vastberadenheid, maar ook koelbloedige calculatie en rationele voorbereidingsstrategieën.

(2) Jorjani’s schets van de oude Abrahamitische godsdiensten als anachronistische megalomane projecten van menselijke slavernij en onderwerping, gebaseerd op bovennatuurlijke interventies door onmenselijke – en uiteindelijke kwaadwillende – geesteskrachten, kan worden beschouwd als een ‘militante’ Archeo-Futuristische verwoording van de Traditionalistische these dat bijna alle institutionele ‘godsdiensten’ die over zijn gebleven in de hedendaagse wereld feitelijk inversies – en perversies – zijn van de authentieke godsdiensten van de vergane wereld van de Traditie. Het verschil is dat Jorjani deze godsdiensten beschouwd als zijnde oorspronkelijk geanimeerd door negatieve geesteskrachten, terwijl het Traditionalisme ervan uit gaat dat hun oorsprong ligt in een positief Transcendentaal krachtenveld met een kostbare anagogische functionaliteit. Vanuit Traditionalistisch perspectief is het echter evenzo waar dat hoewel de resten van deze authentieke godsdiensten – althans op het puur persoonlijk en zuiver esoterisch niveau – nog steeds sporen kunnen bevatten van existentieel-spirituele relevantie, ze nu op een collectief en exoterisch niveau bijna allemaal onderhevig zijn aan de degeneratieve en ondermijnende processen van de ‘Kali Yuga’ Moderniteit.

Abstract gesproken kunnen de hedendaagse uiterlijke godsdienstvormen nog een zekere mate van monumentale ‘herinneringswaarde’ hebben, maar concreet gesproken betekent de historische afsluiting van de Transcendentale sfeer in de Moderne Tijd dat deze ‘omgekeerde’ godsdiensten nu ‘bezeten’ zijn door ondermenselijke krachten die opereren in een psychisch vacuüm van collectief narcisme en die hun werking grotendeels ontlenen aan intercultureel ressentiment. Zonder dat dit persoonlijke religieuze overtuigingen en religieuze keuzes hun waarde ontneemt, betekent deze analyse dat het belangrijk is de algemene neerwaartse spirituele spiraal te herkennen die de georganiseerde en institutionele religies van de Moderniteit kenmerkt – dit is de essentie die besloten ligt in het besef te leven in de ‘laatste dagen’. In algemene zin erkent Jorjani dat de ‘valse religies’ van de hedendaagse wereld feitelijk demonisch ‘bezeten’ namaaksels zijn: programma’s van sociaal-politieke manipulatie, vaak ten behoeve van de bio-evolutionaire groep strategieën van ‘primitieve’ volkeren.

Als toegewijd Perzisch nationalist is duidelijk dat Jorjani’s militante houding ten opzichte van de Abrahamitische godsdiensten wordt ingegeven door Iran’s hoogst traumatische historische ervaring met militante vormen van de politieke Islam. Zijn visie van een Prometheaanse opstand tegen de ‘ene ware god’, de ‘god’ gepropageerd door godsdiensten als de atavistische Moderne Islam, is volledig begrijpelijk tegen deze achtergrond. Iedere Iraniër die werkelijk bekend is met het grootse verleden van Keizerlijk Iran kan het worden vergeven wanneer hij met wrok kijkt naar het sociaal-politieke primitivisme van het huidige pseudo-Islamitische regime. Hoe dan ook blijft Jorjani’s kernargument staan: de tegenstelling tussen het mentaal ‘gesloten’ atavisme van de ‘omgekeerde godsdiensten’, overheersend bij de ‘primitieve’ volkeren van Azië en Afrika, en de Faustiaanse ‘openheid’, overheersend bij de ‘ontwikkelde’ volkeren van Europa en Amerika, ligt zonder twijfel ten grondslag aan de dialectiek van de hedendaagse metapolitiek en geopolitiek. Door expliciet te wijzen op de ‘demonische’ sturing van de resulterende conflicten bevestigt Jorjani’s Archeo-Futuristische ‘dialectische’ analyse feitelijk de Traditionalistische these dat de Moderniteit, geboren in de het Duistere Tijdvak aan het eind van de Westerse beschavingscyclus, oorspronkelijk een niet-menselijk fenomeen is. Hoewel opererend door menselijke agency, menselijke ideeën en menselijke instituties is de Moderniteit uiteindelijk gericht op on-menselijke belangen. Het Traditionalisme laat daarbij de ruimte voor het gebruik van de term duivelse belangen – Jorjani verwoordt ze als Luciferiaans.

Gelegd naast de meetlat van de Traditionalistische standaard is het duidelijk dat Jorjani’s werk per saldo epistemologisch geldig is. De volgende stap is te bepalen wat de positie ervan is binnen de hedendaagse filosofie en wat de relevantie ervan is ten opzichte van de identitaire metapolitiek.

De opkomst van het Archeo-Futurisme

Des te verhevener de goede zaak, des te minder belangrijk het aantal voorvechters. Een leger is nodig om een volk te verdedigen, maar slechts één man is genoeg om een idee te verdedigen.

– Nicolás Gómez Dávila

Metapolitiek gezien vertegenwoordigt Jorjani’s werk alweer een nieuw – dit keer zeer substantiële – bres in het dominante Post-moderne ideologisch discours van het Cultureel Nihilisme, gekenmerkt door seculier nihilisme, globaliserend neoliberalisme, narcistisch hyperindividualisme en extreem cultureel relativisme. Vanuit metapolitiek perspectief kan Jorjani’s werk geplaatst worden in het – nogal vage – spectrum van het ‘Archeo-Futurisme’, een filosofische school die historisch gerelateerd aan wat – nogal ironisch – wordt aangeduid als de ‘Donkere Verlichting’. Beide termen, meest laatdunkend gebruikt door de ideologische vijanden van alles wat maar enigszins ‘antidemocratisch’ en ‘reactionair’ lijkt, dekken feitelijk slecht hun lading – maar faute de mieux zijn ze nuttig als tijdelijke verkeersborden. Vanuit Traditionalistisch perspectief zijn beide bewegingen ideologische hybriden – een onvermijdelijk gevolg van hun Post-moderne historische context. Ze neigen tot affiniteit met bepaalde elementen van de Moderniteit (technologische innovatie, wetenschappelijke exploratie, futuristische esthetiek), maar onder afwijzing van haar nihilistische, materialistische en relativistische ideologieën en levenshoudingen.

Het is wellicht beter te zeggen dat deze bewegingen eerder neigen tot associatie met ‘tijdloze’, dan met ‘archaïsche’ alternatieven voor Modernistische ideologieën en levenshoudingen. Ze neigen ertoe de ideeën van de Verlichting, die aan de basis liggen van de Moderniteit, te verwerpen juist omdat ze deze ideeën associëren met spirituele en intellectuele duisternis in plaats van licht. In dit opzicht delen het Archeo-Futurisme en de Donkere Verlichting in aanzienlijke mate het Traditionalistische wereldbeeld, waarin de Moderne Tijd wordt beschouwd als het equivalent van de kosmische ‘Donkere Tijdvak’ (de Christelijke ‘Eindtijd’, de Vedische ‘Kali Yuga’, de Spengleriaanse ‘Wintertijd’). Maar ze verschillen van het Traditionalisme in de ‘operationele capaciteit’ van hun metapolitieke discours: hun discours biedt niet alleen een basis voor activistische deconstructie van het politiekcorrecte Cultureel Nihilistisch discours, maar ook voor revolutionaire politiek. Met andere woorden: het Archeo-Futurisme en de Donkere Verlichting hebben het potentieel vermogen om uit te groeien tot volledige operationele sociaal-politieke ideologieën en effectieve politieke programma’s. Dit vermogen is nu al duidelijk zichtbaar in de gedeeltelijke incorporatie van hun gedachtegoed in de Westerse identitaire beweging.

Gedurende de afgelopen decennia hebben de institutionele en academische disciplines van de geestes- en de sociale wetenschappen bijna hun gehele geloofwaardigheid en respect bij de jongere generaties van de Westerse wereld verspeeld – en dat is terecht. De antirationele hallucinaties en het Social Justice Warrior activisme die voortvloeien uit de Cultureel Nihilistische ideologie hebben wetenschappelijke criteria en intellectuele integriteit doen vervangen met politiekcorrecte dogmatiek. De opzettelijke dumbing down die wordt geïmplementeerd via hyperdemocratische massascholing heeft basale onderwijskwaliteit weggevaagd. De overname van academische structuren door affirmative action creaturen heeft geresulteerd in een ‘idiocratische’ tirannie van incompetente en haatdragende feministische en minderheid activisten. De institutionele en academische disciplines van de geestes- en de sociale wetenschappen zijn daarmee effectief gereduceerd tot werktuigen van ideologische censuur en intellectuele onderdrukking ten dienste van de Cultureel Nihilistische hostile elite. Hun politieke gecompromitteerde en ideologisch ingekapselde vertegenwoordigers zijn nu volledig deel geworden van die hostile elite: ze hebben het prestige en de erfenis van de Traditionele Westerse institutie geheten ‘Academie’ in de uitverkoop gedaan. De academische elite is nu opgesplitst in twee delen: aan de ene kant zijn er de ‘technocraten’ van de exacte wetenschappen, nog steeds geloofwaardig binnen hun kleine specialisaties maar zonder metapolitiek gezag ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken, en aan andere kant zijn er de pseudo-wetenschappers die de ruïnes van de geestes- en sociale wetenschappen bezet houden – die tweede groep vervult nu effectief de rol van de ‘priesterklasse’ van het Cultureel Nihilistische establishment.

Zolang de ‘technocraten’ zich beperken tot de mondaine taken van technologisch onderzoek en industriële ontwikkeling worden ze nog getolereerd als deel van de Post-moderne academische elite – hier vindt men de laatste restanten van de vroegere geheel blanke en geheel mannelijke intellectuele avant garde van de Westerse beschaving. Daarbuiten wordt de rest van de oude Academie vrijwel geheel beheerst door het ressentiment van de creaturen van de politiek correctheid: deze ambitieuze homines novi – ‘tweede golf feministen’, ‘gender’ activisten, ‘diversiteit’ promotors en andere Social Justice Warriors – hebben nu de maatschappelijke positie van de vroegere Westerse clerus overgenomen. Deze nieuwe hoge priesters van het Cultureel Nihilisme werken hand in hand met de kartels van parlementaire politiek en systeempers voor de handhaving en verdieping van de Post-moderne sociaal-politieke status quo in de gehele Westerse wereld – en ze doen dat op een in toenemende mate openlijk dictatoriale wijze. Media (zelf)censuur en politiekcorrecte heksenjacht bereiken inmiddels epidemische proporties – het zijn zekere symptomen van de stijgende wanhoop van de Cultureel Nihilistische hostile elite.

Alexander Wolfheze