Skip to main content

De Archeo-Futuristische Revolutie (2)

Met de val van de Brave New World utopieën van de baby boomer generatie en met de opkomst van een digitaal bevrijde en politiek immune nieuwe generatie nadert het Cultureel Nihilisme het punt waarop het zijn historische nemesis zal ontmoeten. In toenemende mate worden de pseudoacademici van de Cultureel Nihilistische hostile elite ontmaskerd en herkend voor wat ze zijn: lafhartige huurlingen die hun holle status en privilege ontlenen aan een collectief verraad van alle vormen van authentieke gemeenschap, authentieke identiteit en authentieke wijsheid. Jordan Peterson’s recente onthullingen over de Westerse academische ‘anti-elite’ volgen nu Charlotte Iserbyt’s eerdere onthullingen over het Westerse lagere and middelbare ‘anti-onderwijs’ systeem. Samen leggen ze de grotere Cultureel Nihilistische agenda van ideologische indoctrinatie en opzettelijke dumbing down bloot. Deze exponenten van het Post-Post-moderne ‘Nieuwe Realisme’ zijn de voorboden van het aanstaande instorten van het Cultureel Nihilisme.

De wanhopige pogingen van de hostile elite om het wankelende ideologische kaartenhuis van het Cultureel Nihilistme (seculier nihilisme, globaliserend neoliberalisme, narcistisch hyperindividualisme, cultureel relativisme) overeind te houden nemen in toenemende mate totalitaire vormen aan, zoals zitbaar in gewelddadige provocaties (‘Charlottesville’), arbeidsplaats intimidatie (Google’s ‘diversiteit agenda’) en digitale censuur (Alt-right’s deplatforming) – maar uiteindelijk is het gedoemd in elkaar te klappen. Een vasthoudende strategie van media blackouts, zoals in geval van de Keulse Silvesternacht, de Britse grooming gangs, de Franse enfer des tournantes en de Zuid-Afrikaanse plaasmoorde, mag het leven van de Cultureel Nihilistische hostile elite nog enige tijd kunstmatig verlengen, maar kan het niet redden. In de politieke arena zal het Cultureel Nihilisme worden weggespoeld door de aanzwellende vloed van de Westerse identitaire beweging. In de intellectuele arena is het allang verdronken – de eerste golfjes van het Archeo-Futurisme waren al teveel. Jorjani’s bijdrage aan de lang uitgestelde euthanasie van het Cultureel Nihilisme is aanzienlijk: als medeoprichter van de Alt-right beweging en als hoofdredacteur van uitgeverij Arktos, maar bovenal als onafhankelijk Archeo-Futuristisch denker. Tot nu toe heeft hij al wat menselijk mogelijk is gedaan om het identitaire zaak verzet tegen het Cultureel Nihilisme te versterken. Het is nu tijd voor alle identitaire denkers en activisten om zich af te vragen of zij hetzelfde van zichzelf mogen zeggen – en om zich te beraden op de voortgang van de Westerse identitaire beweging als geheel.

Μολὼν λαβέ

En de oude beloning te oogsten:

De afgunst van hen die u betere mensen maakt,

De haat van hen die u bewaakt

– Rudyard Kipling

De jonge intellectuelen van het Westen verlaten momenteel in hoog tempo het zinkende schip van de institutionele geestes- en sociale wetenschappen. Terwijl de oude baby boomer elite en haar aangewezen feministische en allochtone opvolgers zich nog vermaken op het bovendek, is de schijnbaar onzinkbare Titanic van het Westerse academische kartel al aan zinken. Jonge speurders, studenten en geleerden stappen in de reddingsloepen, maar ze staren uit over een donkere oceaan zonder navigatie punten. Het intellectuele en ideologische alternatief voor de gedoemde Titanic van het Cultureel Nihilisme zijn de duistere en koude wateren van een ‘Nieuw Realisme’ dat nog niet in kaart is gebracht. Na de schipbreuk van het Post-moderne Westen beschikt de génération identitaire nog slechts over een paar levende intellectuele navigators: een handjevol institutioneel gemarginaliseerde en publiekelijk verketterde denkers. In de Angelsaksische wereld zijn er Kevin MacDonald (1944), Jared Taylor (1951), Jordan Peterson (1962) en Stefan Molyneux (1966). In continentaal Europa zijn er Alain de Benoist (1943), Roger Scruton (1944), Guillaume Faye (1949) en Aleksandr Dugin (1962). Er is veel moed voor nodig bij jonge mensen om het taboe op hun werk te doorbreken. Verspreid over het hele Westen zijn er nog andere, minder bekende en onbekende schrijvers en activisten die hen in hun queeste voor zijn gegaan – de paar baby boomers en x-generatie individuen die de moed hebben gehad om tegen de stroom in te zwemmen. Maar nog altijd is deze anti-establishment avant garde jammerlijk onontwikkeld: zij is onderbezet in personeel, verstoken van middelen en vaak gedwongen bijna ondergronds te werken. Tegen het monsterlijk machtige leger van gekochte academici, journalisten, juristen en politici dat de Westerse hostile elite ter beschikking staat maakt deze kleine avant garde natuurlijk geen schijn van kans – maar hun dappere stand zal niet worden vergeten.

Terwijl zij hun heroïsche achterhoede gevecht voeren, winnen die paar oudere generatie voorposten een kostbare adempauze waarin de jonge generatie van het Westen zich kan organiseren en voorbereiden voor de beslissende eindstrijd tegen het Cultureel Nihilisme. Gedekt door de lange achterhoede strijd van de anti-establishment avant garde kan de Westerse génération identitaire zich wapenen om de onvermijdelijke nederlaag en het heroïsche offer van die avant garde te wreken. De formidabele en urgente taak om de hele Westerse génération identitaire intellectueel te bewapenen en mentaal toe te rusten vereist dat onverschrokken jonge intellectuelen nu geheel nieuwe metapolitieke kaders en recepten formuleren. Jorjani heeft zich daarin bewezen – zijn onbarmhartige vervolging in de academische en journalistiek wereld is het beste bewijs van de existentiële angst die zijn werk veroorzaakt in het hart van de hostile elite. Zijn intellectuele validatie van archaïsche culturele archetypen en futuristische technologische spookbeelden, zijn iconoclastisch realisme inzake etniciteit en identiteit en zijn vernietigende inschatting van het historische traject van de Westerse beschaving vertegenwoordigen een geheel onverwachte en ongeëvenaarde uitdaging vanuit een generatie die door de baby boomers al was afgeschreven als volledig burnt out – als volledig geconditioneerd en gedeformeerd door het Post-moderne Cultureel Nihilisme.

Het is ironisch dat Jorjani de verwachtingen van de Cultureel Nihilistische academische elite totaal heeft omgedraaid. Ongetwijfeld verwachtte men van hem op grond van zijn ‘minderheid’ (deels Perzische) identiteit politieke correctheid. Ongetwijfeld verwachtte men van hem op grond van zijn ‘innovatieve’ (parapsychologische) specialisatie academische ‘lichtgewicht’ status. In de plaats daarvan heeft Jorjani zich echter ontwikkeld tot een formidabele voorvechter van filosofische traditie, authentieke identiteit en intellectuele integriteit. Zonder zijn eigen Perzische erfgoed te verraden heeft hij zijn plaats ingenomen in de Westerse filosofische traditie. Zijn werk herinnert Westerse denkers eraan dat de Perzisch-Griekse oorlogen van de Klassieke Wereld vooral ook oorlogen waren tussen nauw verwante volkeren – net zoals de wereldoorlogen van de 20e eeuw grotendeels oorlogen waren tussen volkeren die nauw verbonden zijn in bloed, cultuur en geschiedenis. Nu hij zijn plaats heeft ingenomen in de Westerse filosofie en nu hij zijn verbintenis met de Westerse beschaving als geheel bewezen heeft, doet men er goed aan Jorjani te respecteren wanneer hij oproept tot een revaluatie van het aan die filosofie en beschaving ten grondslag liggende oude Indo-Europese erfgoed – en wanneer hij een ereplaats opeist voor het dieponderdrukte (Arabisch gekoloniseerde en theocratisch getiranniseerde) Perzische volk te midden van de Indo-Europese volkeren. Nu hij in de bres in gesprongen voor een nieuw gedefinieerde en herboren Indo-Europese beschaving, doet men er goed aan hem te erkennen als een dapper strijder tegen haar gemeenschappelijke vijanden.

Of Jorjani kan worden ‘gebroken’ door zijn Social Justice Warrior vijanden valt nog te bezien, maar het de enig eerbare optie voor zijn voormalige identitaire vrienden is aan zijn zijde te blijven nu hij hen nodig heeft. Onderworpen aan academisch ‘revaluatie’ procedures na uitgebreide karaktermoord in de systeempers en verraden in buitenlandspolitieke intriges, is het schaamtevol te zien hoe men Jorjani heeft laten vallen binnen dezelfde identitaire beweging die hij heeft geholpen op te bouwen.

Binnen de identitaire beweging mogen Jorjani’s subtiele posities met betrekking tot gevoelige onderwerpen als etno-nationalisme en Midden-Oosten politiek controversieel zijn, maar dat rechtvaardigt geenszins rancuneuze aantijgingen of minderwaardige uitlatingen. Binnen een succesvolle identitaire beweging is altijd plaats voor een grote verscheidenheid aan ideologieën en wereldbeelden. Totalitaire dogma’s en ideologische heksenjachten riskeren de beweging te reduceren tot het onwaardige niveau van haar Social Justice Warrior vijanden. Zo kan het gebeuren dat, vanuit een Europees Traditionalistisch perspectief binnen die wijdere beweging, sommige van Jorjani’s ideeën overdreven riskant – zo niet regelrecht gevaarlijk – lijken en dat sommige van zijn idealen overdreven utopisch overkomen, maar ze vertegenwoordigen ontdekkingswaardige uitdagingen – geen bronnen van conflict. Vanuit dit perspectief is het daarom betreurenswaardig dat Amerikaanse identitaire publicisten en activisten er niet in geslaagd zijn en bloc op te staan voor één van hun meest belangrijke intellectuelen. Dit falen laat niet alleen zien dat de grotere Trans-Atlantische identitaire beweging – één van de expliciete doelstellingen van de mede door Jorjani opgerichte Alt-right organizatie – nog steeds tekortschiet in interne samenhang, maar ook dat het die beweging als geheel nog steeds ontbreekt aan intellectuele volwassenheid. Met dit in gedachten kan het nuttig zijn Jorjani’s Prometheus and Atlas nog eens te herlezen – en de sleutelrol te benadrukken die filosofisch onderzoek en intellectuele moed hebben binnen de hele Trans-Atlantische beweging. Uiteindelijk zal de metapolitieke positionering van de beweging beslissend zijn voor haar politieke succes: een nieuw identitair Thermopylae vergt niet alleen een dapper hart, maar ook een solide terreinkeuze. Het lot van de identitaire beweging is nauw verbonden met de Archeo-Futuristische Revolutie – een revolutie waarin de Perzische filosoof uit Manhatten haar voorgaat.

De Spookachtige Revolutie

Er lijkt een archaïsche kracht te bestaan die een onuitputtelijke variëteit aan mythische symbolen op de natuur projecteert – een kracht die de wereld onweerstaanbaar een structuur oplegt van betekenisvolle verbanden. Deze projectie wordt in pre-moderne kosmologieën meestal uitgedrukt in relatie tot de ‘hemelsfeer’, dat wil zeggen de oeverloze oceaan van het heelal die wordt begrepen als een kosmisch orde principe dat begint met astronomische zekerheden en dat afgeleide patronen herhaalt in de nomos – de wereldse orde – die de aardse sfeer bestuurt.

– Jason Reza Jorjani, Prometheus and Atlas

De bovengenoemde openingszin van Jorjani’s eerste hoofdstuk is feitelijk een herformulering van het Traditionalistische beeld van de (macro-micro) kosmische orde: hij duidt Jorjani’s epistemologische uitgangspunt aan – en zijn realistische inschatting van de grenzen van het menselijke waarneming- en inbeeldingsvermogen. Jorjani’s belangstelling gaat uit naar de historische plasticiteit van dat vermogen – en naar de resulterende veranderingen in menselijke sociaal-culturele structuren. In zijn optiek worden alle grote revoluties in de menselijke geschiedenis, van technologische, sociale en culturele tot politieke revoluties, gedreven door veranderingen in dat grotere waarneming- en inbeeldingsvermogen – en staat de grootste revolutie van de hele menselijke geschiedenis nu voor de deur van de Westerse beschaving.

Jorjani beschrijft de dreigingen die van die aanstaande omslag uitgaan voor de huidige sociaal-politieke orde vanuit de optiek van een ‘Spookachtige Revolutie’: hij benadert die bedreigingen vanuit zijn specialisatie in parapsychologie. Op die manier herstelt hij het verband tussen de microkosmische (natuurlijke en menselijke) orde en de macrokosmische (bovennatuurlijke en bovenmenselijke) order dat altijd centraal heeft gestaan in het Traditionalistische gedachtegoed, maar dat systematisch wordt genegeerd in de Modernistische – Jorjani noemt het de Cartesiaanse – denkwereld. Jorjani wijst er terecht op dat in Traditionale culturen, anders dan in de Moderne Westerse ‘cultuur’, bovennatuurlijke fenomenen altijd worden geaccepteerd als een intrinsiek deel van de menselijke conditie. De potentiële gevaren en voordelen van directe ‘trans-dimensionele’ storingen en procedures – inclusief de inmenging van het verleden en de toekomst in het heden (respectievelijk oude en nieuwe mogelijkheden die huidige ingevingen en intenties bepalen) – beïnvloedden de gedragingen en gedachten van de pre-Moderne mensheid in hoge mate. Dit verklaart de onvatbare ‘magische’ kwaliteit waarmee alle Traditionele sociale structuren, kunstvormen en geloofssystemen doordrongen zijn.

Gedurende de gehele geschreven geschiedenis is het alleen de Moderne Westerse mensheid die serieus probeert los te breken van deze respectvolle modus vivendi – en poging die betekent dat de geesteswereld wordt weggedrukt uit het menselijk bewustzijn. Jorjani benadrukt terecht het verband tussen epistemologische overgangen en cognitieve marginalisatie – en de relevantie van ‘spookachtige’ fenomenen en bovennatuurlijke realiteiten in de voortdurende herdefinitie van wetenschap en technologie. De meeste moderne technologie zou als ‘magie’ gelden in welke Traditionele cultuur dan ook – het grootste deel ervan zou ongetwijfeld gelden als ‘zwarte magie’. In Traditionele hermeneutiek (pre-Moderne ‘natuurwetenschap’, inclusief de ‘alchemie’) werd het verband tussen de natuurlijk-menselijke en bovennatuurlijk-bovenmenselijke wereld altijd herkend voor wat het is: instabiel en gevaarlijk. Het gebrek aan een gelijkwaardige erkenning in Modernistische hermeneutiek reduceert hedendaagse wetenschappers effectief tot overmoedige ‘tovenaarsleerlingen’ die niet langer in staat zijn tot beheersing van de krachten waarmee ze experimenteren. Vanuit Traditionalistisch perspectief is de Moderniteit simpelweg een gereduceerde existentiële en waarnemingsmodaliteit die onvermijdelijk resulteert in spirituele en intellectuele implosie: de effecten van die implosie worden nu meest direct gevoeld in de academische geestes- en sociale wetenschappen.

Jorjani herformuleert dit feit – vaak in zeer originele Archeo-Futuristische bewoordingen – door te wijzen op het directe verband tussen de Modernistische (historisch-materialistische) epistemologie en de Modernistische (technologische) discursieve praktijk. Hij toont aan dat Modernistische historisch-materialistische ‘theorieën’ nooit kunnen worden getest met Modernistische wetenschappelijke ‘feiten’, omdat het zulke ‘feiten’ ten enen male aan autonoom bestaan en objectieve realiteit ontbreekt buiten het Modernistische wetenschappelijke epistème. Het onlosmakelijk verband tussen Modernistische epistemologische raamwerken en Modernistische discursieve praktijken verklaart het onbeheersbare traject van de Moderne wetenschap en technologie. Tezelfdertijd reduceert datzelfde verband de ‘objectivistische’ en ‘positivistische’ claims van de Moderne geestes- en sociale wetenschappen tot ridicule post-Wittgensteinian Sprachspiele.

Jorjani voorspelt terecht dat de aanstaande Post-post-moderne herdefiniëring van het Westerse kennissysteem een geheel nieuwe taal zal vereisen – en een terugval op prelogische categorieën. De dynamiek van de overgangsfase zal een doorslaggevende rol spelen in de locatie en vorm van de toekomstige grenzen van een nieuw kennissysteem. Om in gedachte nieuw land te ontginnen, om ideeën uit te drukken waarvoor nog geen passend discours bestaat, is het nu al belangrijk om de bestaande taal te vervormen, te misbruiken en te dwingen in nieuwe patronen die ruimte laten voor onverwachte situaties… Een nieuw wereldbeeld kan alleen worden opgebouwd met fundamentele conceptuele veranderingen en daarna zal het nog enige tijd duren voordat een nieuwe taal voldoende duidelijk is gedefinieerd in haar interne structuur. In de overgangsfase tussen wereldbeelden moeten we daarom open zijn voor een vrijlopend debat: alleen zo kan een ‘taal van de toekomst’ gecreëerd worden (Jason Reza Jorjani, Prometheus and Atlas, 12-13). Vanuit Traditionalistisch perspectief verwijst deze gedachte naar de scheppingsdaad die aan alle authentieke vormen van culturele palingenesia ten grondslag ligt: deze scheppingsdaad is per definitie transcendentaal gedefinieerd. In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God (Johannes 1:1). Met andere woorden: bovennatuurlijke en bovenmenselijke krachten zullen uiteindelijk opnieuw de natuurlijke en menselijke wereld moeten betreden om een eind te maken aan de anachronistische overheersing van de Westerse beschaving door het Modernistische historisch-materialistische discours. Deze in toenemende ondragelijke overheersing berust op de in toenemende mate onhoudbare epistemologie van de Moderniteit, zoals uitgedrukt in de exclusief mathematisch-mechanische en materialistisch-functionele thesen van Copernicaanse kosmologie, Darwiniaanse biologie en Freudiaanse psychologie. Vanuit metahistorisch perspectief zijn deze historisch-materialistische ‘revoluties’ feitelijk intellectuele ‘regressies’ omdat ze afstand nemen van het enig mogelijke referentiepunt voor een authentiek anagogisch doel: Jorjani’s bovennatuur – in de wereld van Traditie beter bekend als transcendentie. Jorjani wijst op de wanhopige manier waarop verschillende Modernistische denkers hebben geprobeerd deze hoogst kunstmatige status quo in het Westers denken te handhaven: in zijn optiek zijn Descartes’ rationalistische uitsluiting van de occulte sfeer, Kant’s filosofische verwerping van Swedenborg en Robespierre’s politieke onderdrukking van de Culte de la raison welbewuste pogingen tot opzettelijke (zelf)censuur.

Jorjani heeft een intellectueel-instinctief besef van de naderende climax van wat de Traditionele School de ‘Crisis van de Moderne Wereld’ noemt en hij slaagt erin dit besef te vertalen in een analyse van een radicale transformatie van de menselijke conditie (transhumanisme) en van een ultieme epistemologische afgrond (parapsychologie). Met vlijmscherp inzicht stelt hij dat existentiële angst voor de naderende ‘Spookachtige Revolutie’ de verborgen grondslag is voor het hele Modernistische (Cartesiaanse) epistème. Vanuit dat perspectief kan men het fenomeen van het globalistische Post-modernisme (de infrastructuur van de Nieuwe Wereld Orde en de superstructuur van het Cultureel Nihilisme) op een bepaald niveau zien als simpel hedonistisch escapisme. De hele Post-moderne ‘filosofie’ – wellicht de ultieme contradictio in terminis – is zo bezien niet anders dan een oppervlakkig gezien deconstructief maar ten diepste vertwijfeld vastklampen aan de verdwijnende wereld van de Traditie. Ten diepste is de Post-moderne ‘filosofie’ niet in staat om te gaan met epistemologische raamwerken waarin immanente (psychosociale) pre-structuratie ontbreekt. Alleen een meedogenloos iconoclastische Archeo-Futuristische Revolutie kan hopen Jorjani’s Spookachtige Revolutie – de terugkeer van macrokosmische en archetypische (bovennatuurlijke en bovenmenselijke) krachten in de menselijke wereld – bij te benen. Jorjani beschrijft deze aankomende revolutie als de terugkeer van Prometheus en Atlas, de titanische spoken van een toekomstige Kunst van Wetenschap en Technologie. Deze nieuwe Techne vergt een alles overtreffend niveau van menselijk bewustzijn en spirituele ontwikkeling: zij vergt daarom een wedertoelating van macrokosmische en archetypische geesteskrachten in de microkosmische menselijke realiteit.

De Identitaire Revolutie

Onze zintuigelijke waarneming wordt bepaald door onze conditionering als leden van een groep met een gemeenschappelijke belevingswereld, taal en cultuur. …[H]et is alleen dit provincialisme dat ons doet vermoeden dat leden van andere groepen de wereld op dezelfde wijze ervaren. …[O]mdat zij [echter] systematisch andere – en intern consistente – sensaties hebben in reactie op dezelfde ervaringen leven leden van verschillende groepen tot op bepaalde hoogte in geheel andere werelden.

– Jason Reza Jorjani, Prometheus and Atlas

Jorjani benadert de uitdaging van de wedertoelating van de ‘supernatuur’ in de Westerse beschaving via de 20e eeuwse continentale filosofie. Dit stelt hem in staat Bergson’s en Heidegger’s kritische analyses over de ervaringsbegrenzingen van de Moderniteit te operationaliseren. Opnieuw vertoont Jorjani’s benadering hier een impliciete parallel met de Traditionalistische benadering van hetzelfde probleem. Bergson’s wedertoe-eigening van instinct en élan vital in reactie op het Moderne atrofiëren van het intellectuele instinct onderbouwt niet alleen Jorjani’s Archeo-Futuristische wedertoelating van de ‘supernatuur’, maar ook het Traditionalistische beeld van de Moderniteit als een ‘handicap’ in de menselijke waarneming en conceptuele capaciteit. Heidegger’s fundamentele kritiek van het mechanisch sciëntisme als oorzaak van de kunstmatig gereduceerde ruimte-tijd beleving van de Moderne mensheid onderbouwt niet alleen Jorjani’s herbevestiging van haar oorspronkelijke ‘bovennatuurlijke’ gaven, maar ook de Traditionalistische these van de essentiële realiteit van de ‘magische’ vermogens van de oorspronkelijke mensheid. Het Moderne atrofiëren van deze oeroude waarneming en conceptuele capaciteiten verklaart ook het onvermogen van de Moderne mensheid om correct plaats te geven aan haar eigen existentiële identiteiten – identiteiten die in het Traditionalist gedachtegoed worden beschouwd als dubbel gemeenschappelijk en individueel gespecialiseerd in ras, etniciteit, geslacht, kaste en roeping. Een weder-ontdekking, wedertoe-eigening en her-activatie van deze identiteiten hangt dus af van een (gedeeltelijke) wedertoe-eigening van deze capaciteiten.

Jorjani eigent zich Heidegger’s concepten van gespecialiseerde tijd (de begrensde tijdshorizon van Kulturkreisen) en gespecialiseerde ruimte (de beschermende ruimtehorizon van Blut und Boden) toe als absolute voorwaarden voor elke authentieke vorm van wereldhistorisch menselijk bestaan. Vanuit die optiek bespreekt hij de gevaren van een ongecontroleerd-globaliserende techno-wetenschap: hij wijst op de buitengewone macht die deze techno-wetenschap heeft over natuur en cultuur. Deze macht stelt haar in staat gespecialiseerde tijd en gespecialiseerde ruimte te deconstrueren door anticiperende projectie en voorspellende modellen: zij vervreemdt mensen van de natuur, van de cultuur en van de gemeenschap. Hier valt Jorjani’s Archeo-Futuristische analyse samen met de klassiek Traditionalistische these dat het Modern sciëntistische wereldbeeld ontwrichtend werkt op alle vormen van authentieke identiteit. Precies hier biedt Jorjani’s boek Prometheus and Atlas zijn belangrijkste metapolitieke bijdrage aan de identitaire beweging: het biedt een vernietigende filosofische ‘tegen-deconstructie’ van de Cultureel Nihilistische mythe van cultureel relativisme – en het herformuleert de onschatbare waarde van de authentiek Westerse identiteit.

Jorjani benadrukt expliciet het belang van een hertoe-eigening van wat in het hart van de Westerse identiteit ligt: het Indo-Europese culturele substraat dat historisch bekend staat als ‘Arisch’. Vanuit zijn ‘onbelaste’ Oud-Perzische erfgoed laat hij zien dat de term ‘Arisch’ de essentiële uitdrukking geeft van de Westerse identiteit, mits correct begrepen naar zijn oorspronkelijke etymologie van ‘adellijk’. Dit stelt hem in staat de spirituele oeridentiteit en het cultuurhistorische erfgoed van de Indo-Europese volkeren te onderzoeken. Zowel vanuit Archeo-Futuristisch als Traditionalistisch perspectief zijn deze identiteit en dit erfgoed in de eerste plaat spiritueel van aard – ze dienen steeds weer te worden verdiend en veroverd. Het is aan de Indo-Europese génération identitaire om het haar toekomende erfgoed op te eisen zodat de Indo-Europese volkeren wederom hun gespecialiseerde eigen werelden kunnen bewonen. Zonder authentieke identiteit is er geen authentieke kennis – alleen als de génération identitaire haar authentieke identiteit kan herbeleven kan ze hopen op machtgevende kennis. Macht begint waar het taboe eindigt: het breken van de Cultureel Nihilistische taboe op authentieke identiteit is de eerste Rubicon die de Identitaire Revolutie zal moeten oversteken. Het is nu aan de Westerse génération identitaire om resoluut te volgen in de voetstappen van haar filosofische pioniers en, over de waarnemingshorizon van de Westerse geschiedenis heen, de tegelijk oude en nieuwe werelden op te eisen waarin de Westerse volkeren authentieke identiteiten kunnen bewaren.

Alexander Wolfheze